Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
IfiO HIEKO.W.MUS VAN AU'HKN.
Recitatief^
Daar rijst het tintiend starrenheir!
En de aarde zwijgt verbaasd;
't Gestarnte spiegelt zich in 't meer,
Waarop geen windje hlaast.
't Is alles hemel wat men ziet;
Zelfs hergen vlugten heen.
't Verdoi'de blaadje schuifelt niet;
't Gestarnte spreekt alleen
Koor.
Kniel, menschdom! kniel I bid zwijgend aan ;
Gij, Englen! moet de citers slaan
Knielt, menschenl. . . zw^ijgt! bidt aan!. . .
Bidt aan!____
Solo.
O Stilte, die mijne aandacht boeit (®)!
O Stroomen van gedachten ,
Die bruisend in mijn' boezem vloeit!. . . .
Hoe zalig zijn die nachten, ^
Waarin 't gordijn wordt opgehaald,
En mij 't heelal in de oogen straalt!
(®) Dit Recitatief is boven allen lof verheven; het stout verhevene
smelt er met het zachte en teedere zoo verwonderlijk in zamen,
en beide maken hier zulk een schoon geheel uit, als wij dit niet ligt,
ergens anders zullen aantreffen. Met het grootste regt wordt derhalve
dit couplet door allen, die gevoel voor het schoone hebben, gepre-
zen , en dikwijls als een meesterstuk aangehaald. (*) Het Koor valt
hier op krachtigen toon zeer goed in. Zoo roept de dichter Hemel-
en Aardbewoners op , om hunne bewondering aan den dag te leggen.
(•3) Van de verrukking, in het voorgaande Recitatief geschetst, komt
de dichter in dezen Solo meer tot bedaard nadenken, waarvan de
slotsom in het volgende Duet wordt neèrgelegd. Deze slotsom is geene
andere dan de liefde Gods.