Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
INLEIDING. Xin
Dit is ook de reden, waarom uwe Onderwijzers, hoe gaarne
zij ook wilden, u geene van die Bloemlezingen, uit onze
oudere Dichters, in handen durven geven, die door man-
nen van smaak en kunde vervaardigd zijn, en een aantal
van de schoonste stukken bevatten. Immers gij zoudt
vele van die stukken niet verstaan, en wat men niet ver-
staat, dat gevoelt men niet, daarvan heeft men geen nut,
en daarin vindt men ook geen genoegen.
De Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen, welke in al
wat zij verrigt het nuttige met het aangename zoo gaarne
vereenigt, besloot, uwe leergierigheid, ook hierin, te
gemoet te komen. Om u met de kostelijke voortbreng-
selen onzer oudere Dichtkunst eenigzins van nader bij be-
kend te maken en uwe belangstelling er in op te wek-
ken, schreef zij eene Prijsvraag uit, waarin zij eene Bloem-
lezing verlangde uit de dichterlijke Werken van de zeven-
tiende eeuw en van latere dagen. Zij begeerde, dat deze
Bloemlezing voorbeelden van onderscheidene dichtsoort zou
bevatten, opdat gij door dezelve zoowel tot regt verstand
dier voorbeelden opgeleid, als op het schoone, belang-
rijke en treffende, daarin gelegen, opmerkzaam gemaakt
zoudt worden. Wij hebben de niet gemakkelijke taak op
ons genomen, aan dit verlangen der Maatschappij te be-
antwoorden. Mogt onze arbeid hare goedkeuring wegdra-