Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
MCOLAAS SIMON VAN WINTKH.
En als de lamp is uitgeblusclil,
Keert rozemond zich in gebeden
Tot 's Hemels goedertierenheden,
En hare slaap is ook gerust
NICOLAAS SIMON VAN WINTER, een voornaam Koopman te
Amsterdam; hij werd aldaar geboren in het jaar 1718, vertrok,
omstreeks 1780, met der woon naar Leiden, den zomer door-
brengende op zijn buitenverblijf Bijdorp, en overleed in 1795.
DE ZWANEN EN HET IJSVERMAAK OP DEN AMSTEL.
(Fragment uit het Eerste en Vijfde Boek van de Amsielstroom.)
Uit deze beide beschrijvingen, welke, naar ons oordeel, niet de on-
belangrijkste zijn uit van winter's Amstelstroom, zal men dadelijk be-
merken, dat dit Stroomdicht geheel anders aangelegd en bewerkt is
dan de IJstroom van antonidbs , waaruit wij hierboven eenige proeven
gaven. Antomdes is grootsch en verheven, van winter levendig, be-
vallig en sierlijk.
Schoone zwanen duiken, dartlen
Daar in 't spieglend stroomkristal (*)•,
Zoo eindigt van harkn uitnemend gepast en overeenkomstig met
het voortreffelijk karakter van bozemond , gelijk het door hem is ge-
>chetst. Wij laten hier nog de woorden volgen van den Heer de vries :
weet niet," zegt deze fijne kenner van het schoone, *'dat de
18de eeuw ons eenig kunststuk schilderachtiger, natuurlijker en ge-
^'voeliger heeft geleverd; leest en herleest, bid ik u, deze onnavolg-
'*bare episode, en vereert o. zwier van haren met mij, als den kenner
•'en doorgrouder der schuilhoeken van het menschelijk hart, den schil-
**derachtigen dichter van huisselijke tafereelen, die het regte punt ge-
'Hroffen heeft, om ons op het genoegelijkst te streelen en te roeren.
"Die voor zulke schilderingen koud blijft, is voor geene poëtische ver-
''warming vatf)aar."
(*) Dichterlijk voor het heldere stroomwater, dat aan een' spiegel' ge-
lijk is.
10 *