Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
ONNO ZWIER VAN HAREN. 145
Een weinig melk, een weinig water,
Met meel, of luttel broods gemengd.
Geeft d'eenen vroeger, d'andren later.
Het voedsel, eerst op 't vuur gezengd.
Terwijl gaan moeders oogen dwalen,
Zij zoekt, op wien zij 't meest kan pralen
't Is echter, of zij 't meeste prijkt
Op hem, die 't eerst haar is gegeven,
Die 't verst gevorderd is in 't leven ,
Die 't meest naar haren man gelijkt.
De buijen die zich laten hooren,
't Gehuil der winden door de lucht
Komt deze zoete vreugde sloren.
En wekt zoo menig' bangen zucht.
"Wie weet, dus zegt ze in zwaren regen,
"Wie weet, waar hij nu is gelegen,
"Of' zwerft, verwaaid in woeste zee!
"Zij spraken laatst van uit te varen,
"En nergens Spanjes vloot te sparen,
"Al waar' het op de Britsche ree.
"o Dat men tijden mogt beleven,
"Dat ieder teedre jonge vrouw
"Niet hoefde voor haar' man te beven,
"Noch WMe haar weezen voeden zou!
minst belangrijke gedeelte van dit gedicht. Van harkn geeft ons hier
een huissebjk tafereel, dat in keurigheid van bel^ndeling niets te
wenschen overlaat. Hoe volkomen naar het leven zijn de kinderew
geteekend j hoe geheel naar de Natuur afgezien, is vooral de beschrij-
ving der moeder zelve, in hare zorgvuldigheid omtrent hare lievelin-
gen, in hare moederlijke trotschheid op h.,ar kroost, in hare angstige
zorg omtrent haren echtgenoot! Zie het eerste couplet. Ook
hier wordt rozemond weder sprekende ingevoerd; de dichter bedient
zich, zoo vaak hij kan, van deze redekunstige manier van voorstelling,
om de levendigheid en het treffende zijns verbaals daardoor te ver-
meerderen. En wie zou ook deze roerende alleenspraak niet met aan-
doening lezen?
10