Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
ONNO ZWIER VAN HAREN. 163
Toen was zij de eerste, die haar' man
Vermaande, in 't dringen der gevaren,
Zijn hloed en leven niet te sparen.
Daar God en 't Land hem roepen kan
"Nooit!" sprak zij "zoude ik overleven,
"o Waarde, o dierbare echtgenoot!
" Den dag, die u den dood zou geven
"Voor 't Vaderland op kust of vloot j
" Maar 'k wensch het einde mijner dagen
" Veeleer, dan dat de Spanjaards zagen ,
"Dat voor 't gevaar ne lange beeft,
"Dat ik 't verwgt zou moeten hooren,
"Dat laffe rust hem kan bekoren,
"Als 't Vaderland hem noodig heeft."
Hij antwoordt "o Mijn zielsbeminde!
"Mijn welzijn is altijd gewis,
"Mits ROZEMOND slechts ondervinde,
"Dat haar ne lange waardig is.
"Ik ga voor Godsdiensten de Landen,
" Voor ROZEMOND CU ouze panden,
"De Vrijheid zoeken of den dood.
" Het zal ORANJE nooit berouwen,
" Wat mij zijn zorg mag toebetrouwen,
"Hetzij te Land of op de Vloot."
Zoo Ling als alle tegenstand tegen de dwingelandij van Spanje
vruchteloos is, tracht bozemond, als eene verstandige vrouw, den moed
en het vuur van haren echtgenoot, die gaarne zijn leven zou wagen,
om het schandelijk juk der slavernij af te schudden, te bekoelen ;
maar de eerste lichtstralen der Vrijheid, door bemiddeling van willem T,
breken door, en rozemond gevoelt nu geheel, wat de eer en het Vader-
land van baren echtgenoot cischen. De dichter heeft door dezen trek
het karakter van rozemond in een treifend licht gesteld. (**') Men
hoore in deze taal de teedere gade en de fiere Vaderlandslievende
vrouw, die geheel eenen dk langk waardig was. Dit antwoord is
deftig, moedig en warm j een prijzenswaardige weèrblag op de vooraf-
gaande woorden van rozkmonu.