Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
140 ONNO ZWIER VA> HARE?».
ONNO ZWIER VAN IIAREJV, jongere broeder van den voor-
gaanden, een van de geleerdste en aanzienlijkste Staatsmannen
van zijnen tijd. Hij werd waarschijnlijk te Leeuwarden, in het
jaar 1713, geboren, en was Grietman y-An Stellingwerf-fVesteinde,
Burgemeester van Sloten en Afgevaardigde in de Staten van
Friesland. Hij overleed den September, 1779, te fVohega.
U O Z E M O N 1).
(Uit den Twee en Twintigsten Zang van de Geuzen.)
Het is onmogelijk, al de schoonheden van dit stuk in een kort be-
stek zamen te vatten. De dichter beschrijft ons in deze regelen dc echte
Nederlandsche Zeemansvrouw, hoe zij met haren echtgenoot de win
termaanden doorbrengt en hem met bekommering volgt, als hij zich
weder op de onstuimige zee bevindt. In het vervolg van dit gedicht
geeft van haren ecnc roerende beschrijving van de wijze, op welke
Hozemond hare moederlijke pligten vervult en van haar vertrouwen op
en hare gerustheid in God. — Er zijn weinige huisselijke tafereelen
door onze dichters geschetst, die met dit voortbrengsel van van ha-
re:n's pen, in natuurlijkheid, gevoeligheid en fijnheid van opmerking,
zullen gelijkstaan.
't Geweld der winden, aan bet w^oelen.
Heeft niet alleen aan Vlaandrens kant
Zijn woeste werking doen gevoelen ,
Maar ook langs Walchrens w^esterstrand
Ter Veer, bet oostlijkst' van die steden.
Heeft door bet onweer niet geleden.
Maar hoorde 't buldren van den wind.
Wie kan gerust in stormen wezen,
Wanneer men heeft in zee te vreezen
Voor 't lot van vader, man of kind ?

(*) Hiervóór wordt van den storm gesproken, die een groot gedeelte
van de Spaansche vloot tegen Zeelands kusten had verbrijzeld. (®) Zoo
komt de dichter geleideHjk tot het verhaal , dat hij in de volgende
crzen geven wil.