Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
WILLKM VAN HAREN. 135
Der slagen, die ge eens zult verduren
Van 't stuui*sche lot, in later' tijd
Wat open veld verschijnt daar voor onze oogen ,
o Jongeling! hoe werkt uw geest, hoe kookt uw hloed'.
De driften , in het hart gevlogen ,
Ontsteken een' ondoofhren gloed.
Ja , goot gij dan de onafgepeilde stroomen
Des oceaans daarop , gij hluschte 't vuur niet uit •
Hoe zal de rede hel betoonien,
Zij, die hare oogen pas ontsluit (*')?
Gelijk Aurore , in 't oosten doorgeblonken ,
Ja , nog veel schooner staat de wellust in haar praal;
Haar adem is de pest; haar lonken
Verdelgen als de bliksemstraal
In zulk een' strijd ziet gij de dagen klimmen,
(ielijk het frisch gebloemt' zich opheft in een' tuin ,
En wordt een man. Maar ach, wat schimmen ('*)
Omsingelen op nieuws uw kruin!
(®) Zin: Als het u moeite kost, om u die tvetensehappen eigen te maken,
welke gij tot uwe vorming voor de maatschappij behoeft, dan is die moeite
en last nog maar eene korte schets van hetgene gy naderhand zult hebben
door te staan. Men denke ook bij het lezen van deze woorden aan de
melancholische of zwaarmoedige tint, die over dit gedicht verspreid
ligt. Van harbn begint thans den vooruitstrevenden geest des jon-
gelings te schetsen, en hoe deze somtijds door zijne driften wordt
beheerscht en overmeesterd; kracht en vinding in deze coupletten zijn
meesterlijk. Eene overdrevene uitdrukking, maar hier welgesteld
en verheven, om het geweld der driften aan te toonen. Fraai
gezegd voor: Zi;, die zich naauwelijks heeft onttvikkeld. De Godin
van het morgenrood. (") Kan wel in minder woorden de aanlokke-
lijkheid der wellust en hare verderfelijkheid worden uitgedrukt? Vöor
het overige volgt dit couplet zeer treffend en echt lyrisch op het vooraf-
gaande. Spookbeelden- zoo worden de zorgen en moeiten der man-
nelijke jaren genoemd, door den dichter in de volgende coupletten
zoo gevoelvol beschreven.