Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
IIUIÏEUT CORNEUSZ. POOï.
Elsy zijn liefste door liet trouwen,
Wiegt met zang hem daar hij slaapt,
Schoon zij vrij al wijder gaapt
Dan de Hoofsche Staatjonkvrouwen-,
En hij kust er Elsje voor :
Zoo brengt melker 't leven door
OP DEN DOOD VAN MIJN- DOCHTERTJE.
Ook dit Ivijkdichtje, het laatste voortbrengsel van poot's dichtpen,
en, als 'tware, de laatste snik zijner poëzij, gelijk zijn Levensbeschrij-
ver het noemt, is zijns overwaardig. Het werd door hem vervaardigd
op zijn eenig dochtertje, dat, slechts 13 dagen oud, omtrent 5 maanden
vóór hem, overleed.
Jacoba trad met tegenzin
Ter snoode wereld in.
En heeft zich aan het eind' gesciireid
In hare onnoozelheid.
Zij w^as hier naauw verschenen.
Of ging wel graag wéér henen.
De moeder kuste t lieve wicht
Voor 't levenloos gezigt,
En riep het zieltje nog terug;
Maar dat, te snel en vlug,
Was nu al opgevaren
Bij Gods verheven scharen.
(25) Zal elk , na het lezen van dit zoetvloeijend gedicht, niet moe-
ten toestemmen, dat het een meesterstuk van beschrijvende poëzij mag
heeten, en zal wel iemand aan poot den naam van Natuur- en Land-
dichter bij uitnemendheid weigeren? Welke keurige opmerkingen be-
vatten deze dichtregels van de genoegens van het akkerleven, waar-
onder er vele zijn, die gewoonlijk aan onze aandacht ontsnappen; welk
een' rijkdom van voorbeelden, zonder eenige overlading, treffen wij
er in aan, en welk eene levendigheid van voorsteUing vinden wij
hier, die ons op de aangenaamste wijze bezig houdt, ja, wegsleept en
verrukt! Gewis! er mogen velen gevonden worden, die zoo goed als
rooT met het akkerleven bekend zijn, wenigen zullen het, zoo als hij,
kunnen bezingen.