Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
PIETER LANGENDUK. 115
{Tot de vorigen, die met JAN, ee?i ander der
dichters, terugkomen:)
Maar zonder gekken, zeg me nou,
In welken Land wij zijn; ik ken 't me niet verzinnen,
't Is alles hier zoo mooi, van buiten en van binnen,
Dat ik verwonderd sta en kijk.
PIETER.
Wij zijn hier in het Koningrijk
Van Babel, dat gij hebt met wapenen verwonnen,
Mijn Vorst! gij weet zooveel, als ik zou zeggen können.
KEES.
Te Babel zeg je? Hoe veer leit
Dat hier van daan
PIETER.
Zijn Majesteit
Is nu in Babel.
KEES.
Wel, wie heit 'et ooit 'elezen!
Hoe veer zou Babel Avel omtrent van Haarlem wezen?
JAN.
O Groote Vorst! in uw gebied
Ken ik geen stad, die Haarlem hiet.
KEES.
Dat 's raar! wel, mannen! dut gaat mijn verstand te boven ,
Je kent wel Amsterdam, dat zou ik vast gelooven?
Dat is er dordalf uur van daan
Wanneer .we met de trekschuit gaan.
PIETER.
'k Heb nooit geen Amsterdam of trekschuit hooren noemen;
Zijn Majesteit gebeft zijn reden te verbloemen
KEES.
Wel Amsterdam dat is een stad,
Die overvloeit van geld en schat.
Daar kan men al wat in de worreld is verkoopen;
Ik heb er menigmaal met karremelk 'eloopen;
(55) Zeer naïf gevonden. Babel was, gelijk men weet, de hoofdstad
van Assyrie. (24) Derdehalf. Gelieft te schertsen. Wereld.