Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
pietetï r.angenüuk. 113
Van zijn geduchte Majesteit,
En ben tot uwe dienst bereid
In alles, wat gij mij, uw' dienaar, zult gebieden.
kees.
Wel boe, wat zeit die vent? wat of hier zal geschieden?
pieter.
Ik hoorde u roepen onverwacht
In 't midden van den naren nacht-,
Derhalve ben ik hier in dit vertrek gekomen.
Mijn Vorst! ei zeg, wat doet u zoo onrustig droomen ?
kees.
Wat zeg je daar? Ik droom niet, vent!
Ik sta hier immers overend.
pieter.
Zijn Majesteit schijnt op zijn' slaaf vergramd te wezen :
Ik bid ootmoedig, dat gij zegt, wat u doet vreezen?
Heeft u een droom zoo zeer ontsteld?
Ik bid u, zeg mij, wat u kwelt?
Gij kent mijn deugd en trouw, gij weet, dat ik veel jaren
Uw dienaar ben geweest, wil mij uw' droom verklaren.
kees.
Dat is al praat, die niet en sluit.
Jij lijkt wel met de kop 'ebruid
Ik merk wel, fijnman jij hebt lust
Met mij te gekken, maar ik laat me zoo niet loeren f'-).
Ho! ho! ik bin almeê een hachje bij de boeren.
Maar zeper zeg me, waar ik ben?
'k Zweer, dat ik 't niet begrijpen ken.
{Nadat pieter nog eenige oogenblikken met den Ko-
ning gesproken heeft., treedt Filippijn, insgelijks een
der dichtersy 's Kanings Lijfarts i^oorstellende, naar
kees toe en zegt;)
De Koning schijnt ontrust door zware droomen-,
Men tracht Kees te overreden, dat hij gedroomd heeft een boer
te zijn. Het lijkt wel, dat gij van uw verstand zijl beroofd. Kigenlijk,
huichelaar, hier voor guit. Bedotten. ('S) Iemand, die wat doen durft^
een voorvechter. Zeker, in ernst.
8