Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JAN BAPTISTA WELLKKENS. 105
JAN BAPTISTA WELLEKENS werd geboren den Fe-
bruarij, 1658, te Aalst, was Kunstschilder te Amsterdam, en
overleed aldaar den Mei, 1726.
VISSCFIERSZANG,
AVELLEKENS heeft deze dichtsoort, gelijk zijn Levensbeschrijver meldt,
het eerst uit Ualié tot ons overgebragt. Aardig weet hij ons in dit
stukje, waarvan wij, wegens deszclfs uitvoerigheid, slechts een gedeelte
afschrijven, de uitvinding der netten te doen kennen, terwijl hij ver-
der onderscheidene soorten van dezelve en hun gebruik in de visscherij
beschrijft. Daarna schildert hij, in het vervolg dezer dichtregelen, de
bediiegelijke fuik cn den doodelijkcn angel af. Het stukje, in zijn ge-
heel bciichouwd, is bijzonder opmerkelijk, wegens de bevallige verzen
en de nuttige zedelessen, die wellekens er, op eene behagelijke wijze,
met lossen, luciitigen zwier, invlecht.
Wie was hij, die ons eerst de netten leerde Lreijen
Om op den roof te spreijen?
Het was geen mensch, noch God; maar 't kleine dier, de spin,
Die hare netten weeft en spant tot haar gewin,
En, om een ligte mug of domme vlieg te vangen.
Op voordeel weet te hangen (').
Die vinding en die kunst bleef voort de menschen bij,
Wijl ieder loert op buil; naar winst is elks verlangen-,
Elk vischt op zijn getij
't Gebruik der visscherij werd meer en meer geslepen
En zocht steeds nieuwe grepen
In 't visschen, om den visch,
Hoe vaardig en hoe snel hij op zijn vinnen is,
Op 't schielijkste in de plassen
Met voordeel te verrassen.
(*) Het is niet onwaarschijnhjk, dat het kunstig weefsel der spin de
menschen het eerst op hel denkbeeld heeft gebragt, om netten te
makenj zeer goed maakt dc dichter hiervan gebruik, om dit stukje
fraai en gepast te beginnen. Verrassend wordt liicr dadelijk oonr
mensch- rn zcdekundige opmerking bijgevoegd. Vohiwahi.