Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
n
JOANNES ANTONIDES VAN DER GOES. 116
Voortvliegen als een schim, 't godinnendom begroeten
Met duizend zwieren, nu laveren heel in lij
Op de eene schaats, en voortgezwierd aan de andre zij
't Omwerpen sneller dan een arend op zijn pennen,
En sneller dan door 't sneeuw de Samojeden rennen.
Mijne oogen scheemren door dat drijven heen en weer.
En daar ik hier mee sprak, zie ik nu nergens meer
Hoor Rome en hoor Atheen wie dorst ooit stouter liegen,
Dan dat men menschen zag met ijzren wieken vliegen?
Hier zeggen wij 'tmet regt, en gij denkt uit de wijs :
Hoe snel het glippen moet, glad ijzer op glad ijs
De jufferschap. (ï^i) Zich omirevpen. Ken volk in het hooge
Noorden, hij de IJszee. Hij, met wien ik zoo even nog sprak, is nn
reeds uit mijn gezigt; in den voorafgaan den regel is de uitdrukking dat
drijven heen en weêr zeer fraai gekozen. Deze beide steden der
Oudheid worden hier aangesproken, omdat de Romeinen en Grieken
de kunst van schaatsenrijden niet schijnen gekend te hebben. Uit
de tuijze, waarop het geschiedt. De vier laatste regels van dit stukje
heeft men weieens afgekeurd, als te puntig en kernvol in een be-
schrijvend gedicht," hoewel wij dit niet willen ontkennen, zouden wij
ze hier toch niet gaarne missen. Of kan er iets aardiger zijn, zeggen
wij met een' kunstregter, dan AdiX. glippen van glad ijzer op glad ijs?
Voor het overige vertrouwen wij, dat inzonderheid diegene onzer jeug-
dige lezers , die de kunst in praktijk trachten te brengen, welke door
ANTONiDES ZOO mccsterlijk beschreven is, deze dichtregelen hier met ge-
noegen zullen aantreffen.