Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
GEKRAAKT BRANDT. 89
Zijn Engel lielp' liet roer van 't scliip Lestieren,
Zijn goedheid slrekk' voor leidstar. Laak en vieren
Zijn Geest en gunst waaije in 't voorspoedig zeil.
Zoo lande in 't end' de kiel te goeder haven :
Zoo schenkt Ge mij de vruchten mver gaven;
Zoo keer ik naar den grond van mijn gehoon'
Zoo zal mijn dank ten hoogen hemel rijzen,
Ik U verheugd in uw gemeente prijzen.
Daar elk met lust den Llijden lofzang hoort
B IJ S C H R I F T E N.
In dergelijke kleine gedichten, van welke ons reeds meer zijn voor-
gekomen, en die gewoonlijk By- of Opschriften genoemd worden, is
brandt door gccu* andcrcn dichter ooit overtroffen. Vondel zelf noemde
hem een goed Epigrammatist of Bijschriftschrgver. Hij vereenigde kort-
heid met zinrijkheid, waarheid met kraclit.
MAURITS, PRINS VAN ORANJE.
Gij heht in 't harnas nooit voor vijanden gezwicht:
't Gebouw der Vrijheid , door uws vaders hand gesticht,
Doch in den opgang met zijn dierbaar bloed begoten,
Voltooid: gij hebt den tuin met vestingen gesloten.
Maar och! de Kerk en Staat is in uw' tijd gescheurd,
Daar Spanje om heeft gejuicht, dat Holland nog betreurt
(®) Vuren. C^) Het slot van dit stichtelijk vers, waarin tevens ge-
doeld wordt op de laatste verzen van Psalm CXVI, is gepast, omdat de
Christelijke Zeeman door hetzelve ook tot dankbaarheid, welke bij
het bidden niet vergeten mag worden, wordt opgeleid.
(*) De dichter spreekt het afbeeldsel van maurits aan. (2) Op het
oorlogsveld. Toen er nog aan gebouwd moest worden. Holland,
hetwelk nog een' leeuw in eene omheining of tuin in zijn wapen voert.
(5) Dit Bijschrift bevat eene fraaije cn juiäte vergelijking ^ de Vrijheid
wordt namelijk in hetzelve voorgesteld als een gebouw, waarvan Prins
WILLEM de grondslagen gelegd heeft, maar welke door zijn bloed be-
sproeid werden (dit ziet op zijn' dood), voordat het gebouw was vol-
tooid geworden.