Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
JKUEMÏAS DE DECKEH.
Des Heeren zegen uit te spreken,
Heb ik, op een te droeve wijs.
Ruim eenen tijd van driepaar weken
Zien kwijnen zonder trek lot spijs,
Die lippen, die beleefde lippen.
Die nooit een woord en plagt te ontglippen,
Dat niel naar tucht en rede rook.
Heb ik, door 't stadig opwaarts wellen
Van eenen heeten galle-smook ,
Pekzwart zien uitslaan en vervellen.
Die long, die tot ons onderwijs
Zoo dikmaal zong des Hemels prijs-,
Die slem, die ons de wetenschappen
En deugden plagt te preken aan ,
Heb ik allenken hooren slappen ,
Allenken flaauwer hooren gaan.
Dal aangezigt, dat eerlijk wezen.
Waaruit de opregtheid was te lezen.
Dat vroom en ongemaakt gelaat,
Zoo aangenaam en waard bij allen.
Heb ik allenken zijn sieraad,
Zijn verwe en volheid zien ontvallen;
Heb ik allenken ongedaan,
Allenken dor en doodsch zien staan.
En derven zien zijne oude trekken :
Ja, eindelijk, (o bitter kruis!)
hetgene thans volgt, is alles gevoelvol en roerend, sierlijk en tevens
eenvoudig uitgedrukt j wij worden, als 't ware, bij het afsterven des
vaders geheel verplaatst; men leze daarom de volgende coupletten
vooral niet vlugtig, maar met behoorlijke oplettendheid na, iets, dat
zij zoo zeer verdienen. Gedurig, aanhoudend. Uitwaseming of
uitdamping van eene heete galkoorts. Aan te prijzen, 's Dichters va-
<ler was een man, die, bij een deuglievend hart, een met vele kun-
digheden verrijkt hoofd bezat. Verslappen.