Boekgegevens
Titel: Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 2
Auteur: Eilers Koch, Johan Rudolph; Eilers, Johan Rudolf
Uitgave: Leiden: D. Du Mortier en zoon, 1847 *
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1198 D 2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200004
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: 18XX, Bloemlezingen (vorm), Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Bloemlezing uit Nederlandsche dichtwerken
Vorige scan Volgende scanScanned page
70 JEREMIAS DE DECKER.
Aan 't tegenwoordige vergapen ,
Hetzij dan welvaart ol' gevaar.
Die zicli van ramp gegeeseld vindt ,
En durft zich ganls geen heil verheelden,
En die gestreeld wordt van de weel den ,
Droomt niet als mooi weer en voorwind.
Maar alle lief sleept ook zijn leed,
En alle leed ook zijn vermaken.
God heeft de wereldlijke zaken
Met honigsap en gal doorkneed.
Zoo volgen hitter \vinterwecr
En zoete zomer op malkander-,
Zoo volgen dag en nacht de een d'ander',
Zoo gaat het al, nu op, nu neer.
Dus hloemken of u 't innig lot.
Waarvoor ik duchte, kwam te krenken.
Zoo heht gij 't spreekwoord te gedenken :
Vroeg groen vroeg grijs, vroeg rijp vroeg rot
OP HET OVERLIJDEN VAN ZIJN VADER : ABRAHAM DE DECKER.
(Uit het gedicht: Aan mijnen Broeder, op Batavia in Oost-Indièn overleden.)
Onder de letterkundige voortbrengselen, die niet minder het hart
dan de pen van de decker vereeren, behooren vooral die diclitstukken
geteld te worden, die hij op liulssclijke omstandigheden, en inzonder-
heid die, welke hij op den dood van zijnen vader, aan wien hij met
geheel zijne ziel verkleefd was, vervaardigde. — Wij zullen een ge-
deelte overnemen uit een gedicht, dat, wegens de keurige behandeling
van het onderwerp, en wegens de vinding, om het op te dragen aan
een', reeds vóór het afsterven des vaders, oveiledcn' broeder, tot dc
roerendste stukken in deze soort behoort. — In de eerste coupletten wordt
het vast en braaf karakter, en in de volgende worden de laatste oogen-
blikken van het leven zijns vaders geschilderd.
Hoe veel wijsheid en gezond verstand bevatten niet de volgende
regels, en welk eene opmerkzame beschouwing van de wereld cn den
mensch straalt er in door! Vooral moet men bij deze dicht-
regelen opmerken, dat dk deckkr nergens uit den toon valt, welken
hij in het begin heeft aangeslagen, maar dien het geheele stukje
door tot aan het einde goed volhoudl.