Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
raadplegende, waar zij zich best zonden neder-
zetten. Op deze vraag, kwam Menapius de Maas
over, en na Bato in zijn slot Megen onthaald, en
de zaak overwogen te hebben, gaf hij hem den
raad, ter plaatse, waar hij overgestoken was, de
landen tot de Maas en Waal, als volksledig te be-
zetten, Men begon dan aan den Rhijn te bouwen en
Bato stichtte bovendien niet verre van Megen een
slot, dat hij naar zijnen naam Batenburg heette.
Bij meerder uitbreiding bezetteden zij ook het eiland
tusschen Maas en Waal tot aan zee, en bouwden
allengs verscheidene kasteelen en doi-pen, die naar
de edelen genoemd werden, onder anderen eene
sterkte Lopekant, tot bescherming des eilands.
Eindelijk besloot Bato ook een hof of zaal te
stichten, waartoe hij de geschiktste plaats liet uit-
zoeken. Na het gansche land doorkruist te hebben,
vond men een vervallen kasteel op eenen heuvel
aan de Waal gelegen, niet verre van het punt,
waar zij het eerst den Rhijn waren overgetrokken,
hetgeen aan hun oogmerk scheen te voldoen.
Bato liet nu bij de Tongeren vernemen, wie
dit kasteel gesticht had^ waai-op hij vernam, dat
het van Magus, Ditis zoon , een magtigen koning
der Walen afkomstig was, die het naar zijnen naam
genoemd had, maar vermits de zonen des konings
dieper in 't land westwaart getogen waren, was het
verlaten geworden en sedert vele jaren onbewoond.
Diensvolgens liet Bato, dien de gelegenheid dezer
plaats zeer behaagde, hfitzelve weder opbouwen en
iSim