Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
en hiertoe behooren ook de Matres en Matronae,
op oude gedenksteenen te Nijmegen en elders. Zij
komen steeds in het meervoud voor en schijnen
dus een afzonderlijk genootschap gevormd te heb-
ben. Zij wai-en heilig, met de Goden in betrek-
king , maar bleven menschen. De inheemsche
naam is Witte of Wijze wijven, en vandaal- het
woord vroedvrouw, bij het landvolk in Gelder-
land wizemoer, want de Wittewijven wai-en de
Lucinas der oudheid. De witte kleeding toont
hare betrekking tot de hemelsche Goden.
Wij moeten thands nog iets van de heilige gebrui-
ken melden. Het alom beroemde Joelfeest, dat ten
tijde van ons Kersfeest, vooral in het Noorden ge-
vierd werd, maar ook bij de Franken bekend was,
was waarschijnlijk ook hier te lande in gebruik,
waarvan ik de woorden gejoel en joelen (Zweedsch
alt jula, d. i. het joelfeest vieren) afleid. Van
anderen durf ik dit niet bepalen. Maar het plan-
ten met nieuwe maan, de heilige getallen, de ver-
deeling des jaars in drie getijden, de feestvuren,
de verschijning van den zwarten knecht van St.
Nikolaas met kettingen, die de kinders verschrikt,
en zelfs eenige regtsbepalingen in de oude keu-
ren, acht ik van heidenschen ooi'sprong. Nader-
hand zullen wij dit ophelderen.
Wij komen thands tot de noordelijke helft van
Gelderland, Overijssel en Drenthe. Het is eenig-
zins onzeker, wie hier in verschillende tijden ge-
woond hebben, doch het waren kleine EKdtsche