Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
209
genheid ontbreekt, kan ik voor de waarheid niet
instaan. Westendorp, die eenige bijzondei-heden
van hem opgeeft 1), meent, dat de bijnaam Ezels-
oor op zijne oud-Bataafsche afkomst en de gewoonte,
om zijne ooren uit te rekken, kan gezien hebben,
doch hieraan mogen wij twijfelen, want in de ze-
vende eeuw waren de Batavieren reeds lang vergeten;
eer kan men hier denken aan Attila of Etzel, welke
in dier voege afgebeeld wordt, en daar ook hier te
lande de naam der Hunnen groeten indruk gemaakt
had, is misschien in later tijd Etzel met Richard
Arundel verward, en deze daarom Ezzelinus ge-
heeten. Waarschijnlijk zijn dus drie verschillende
Vorsten in deze sage m»t elkander verwai-d, name-
lijk Keizer Aurelianus, de stichter des gebouws;
Richard de Fries en Attila de Hunnenkoning.
§. 14.
In de volgende sage, die tot Utrecht betrekking
heeft, wordt ons een Slavische volksstam, de Wilten,
voorgesteld. Dat zij hier gehuisd hebben wordt door
de getuigenis van vrij oude schrijvers, zooals Beda (2),
1) Jaarb. voor Groningen , St. I. bl. 3l.
2) Beda, (een sclirijver der 8''eeuw) , Ilist. Ecclesiast.
Gentis Angl. L, V. C. 12. zegt: Ifiltaburg est oppidum
Wiltorum , lingua autem Gallica Trajectum vacatur,
Sigisb. üembiac. ad A. 6^7. beeft dit berigt overgenomen.
Verg. ook van Loon , Aloude Hist van Hall. D. I. bl. 232.
Door lingua Gallica moet men de Romana rustica , niet
het oud Gallisch verstaan.
14