Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
144
enkel op den naam, dien men door staf verklaarde,
afging; anderen beschrijven hem als in de regter-»
hand een pijl, in de linker eene korenschoof hou-
dende, dewijl hij zijne aanbidders voor hongersnood
beveiligde en met vruchten en eer overlaadde 1).
Op het Roode Klif gaf deze God meermalen ora-
kelen , en te Stavoren had hij een heiligen boom 2).
Warns was eene andere Friesche Godheid, welke
door Mercurius vertaald wordt, hij werd als land-
schapsgod geëerd, en naar hem noemde men den
vierden dag der week Wamsdey 3). Misschien zijn
de namen Warnefrid en ÏFamer hiervan afkom-
stig en. dan zou dit op eene ver verbreide eerdienst
duiden; ook heeft men in Gelderland het dorp
ff^amsfeld en in Anhalt Warnsdo?-/; vermoedelijk
staat dit hiermede in betrekking 4). Hamconius
1) Kempius, de situ et qualit» Frisiae y aangehaald bij
Westendorp, Nm Myfh. M. io5. Doch mede te onregt,
waat dit beeld, bij Saxe Phoseta^ is dat eener vrouw.
2) Westendorp, N. Myth. bl. i63.
3) Hamconius 11. p. Hoeuft, Taallc» aanrriê op eenige
oud Fr, spreekw. Breda i8i3. b(.225. Westendorp, N*Myt?u
bl. 47.
4) De rinmeu der Goden zijn vaak aan bijzondere personen
gegeven, en daaruit moet men misschien de vele Godennamen
in de oude Noordsche geslachtlijsten verklaren , b.v. dien van
Odin , die meer dan eens voorkomt. Zoo ook vond ik in ze-
kere Aogel-Saxische genealogie die van Wodan en StufTo,
Wodan is overigens dezelfde als Odin; behalve Paulus Diaco-
nus, getuigt dit ook de jongere Edda : » ffawj (Finni) san
Fiarlaf, er ver kalium Fridleif: ha'in aai te thann son er
nefndr er Vodinn ^ than köUum ver Odinn»** Zoo ook de
Landfedgatal, bij Fant, Scriptt^rer» Suesic^ I. 1. Woden j
ihan köllHm ver Oden*