Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
134
in America en die van Keulen 1); anderen zijn
twijfelachtig, eenigen schijnen volksoverlevering te
zijn. Van deze laatsten zullen wij kortelijk spreken.
Zoo zou dan reeds een der zonen van Friso naar
Jutland getogen zijn , en den naam aan de Vithen
of Jutten gegeven hebben. Hoewel het waar is ,
dat de Noordfriezen zich vrij ver hebben uitge-
strekt 2), vindt men nogtans, zoo ver ik weet,
van deze stichting geene stellige berigten bij de
Deensche geschiedschrijvers. Hetto, een ander der
zonen van Friso, zou de stamvader der Hessen ge-
worden zijn ; dit berigt komt mij onwaarschijnlijk
voor, daar het enkel op eene naamsovereenkomst
steunt, en noch door de taal, noch door geschied-
kundige berigten gestaafd wordt. Echter verdient
het opmerking, dat Plinius Frisiabonen d. i. Frie-
sche volkplanters, niet verre van Trier plaatst 3).
Een kleinzoon van dezen Hetto zou weder de stich-
ter van het rijk van Schotland zijn. Van de hoog-
landen kan dit niet verstaan worden , vermits daar
een zuiver Keltische stam woont, en van Zuidschot-
land kan enkel een gedeelte van Friesche afkomst
1) Hamconü, Frisia ^ 70a.
2) Adeiung, Mithridates y Th. II. Mone, Gesch. des
Heidentlu im N. Fur, Th. II. S. 83. Namelijk aan de
westkust van Sleeswijk en op de eilanden Sylt, Föhr en
Nordstrand, Verg. Sufir.Petr. de Orig. Fris. L. II. C.5
et 10. die deze afstamming zeer goed verdedigt en waar-
schijnlijk maakt,
3) Hist, Nat, L. IV. C. 17. » Tungri, Rinuci, Frisia^
hones y Betasi^ Leuci liberie Treveri liheri antea et ü/re-
gones*^ caet.