Boekgegevens
Titel: Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Auteur: Bergh, Laurens Philippe Charles van den
Uitgave: Utrecht: Johannes Altheer, 1836
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1197 C 36
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200001
Onderwerp: Sociologie: folklore, volkskunde: algemeen
Trefwoord: Volksverhalen (teksten), Mythologie, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
113
kan men aannemen, dat de scheepvaart bij deze
volkeren reeds vroeg eenen zekeren trap van volma-
king bereikt had, en zoo is de zeetogt van Friso
ten minste niet ten eenemaal ongerijmd te noe-
men 1).
Wat zijne reis te land tot in Klein-Azie be-
treft, ook deze is niet zoo geheel ondenkbaar; im-
mers ten tijde van Alexander en misschien reeds
vroeger, waren er in het Noorden van . Indie ,
zoowel als in Perzie gi'oote reiswegen, en inzon-
derheid leidde een derzelven, 10,000 stadiën lang,
van Palibothra (de vaderstad van Friso) tot aan
Taxila aan den Indus 2). Ook waren , gelijk uit
Herodotus blijkt, reeds vroeger Noord - Indische
kiijgsbenden met Perzische legers in Griekenland
en Thracie gekomen en hadden daar waarschijn-
lijk eenige geographische kennis van Eui^opa ver-
kregen.
Men ziet dus, dat deze bedenking zich genoeg-
zaam laat oplossen, en van nog minder gcwigt zijn
l) Hamconius {Frisia, JJOg. a ) schijnt te zeggen, rUt
hij door de ßeringstraat ea de IJszee gezeild is:
Emensusque fret urn, magnis, glaciale, per iel is ;
doch Siiffridus Petri, op vien hij zich beroept, spreekt
hier niet van. Ook. was deze togt schier onmogelijk,
schoon in de 9de eeuw door zekeren Othcr beproefd.
Vid. Periplus Otheri, Havn. 1753. De S-:*ische sagen
spreken daarentegen van eeu togt door de Baifische zee.
Zijn dan misgcbieu de namen Frische llajf (zee, hefc
Deensche hau) en Frische Nerung , yoorbij Danlzig, van
de Friezen afkomstig?
a) Heeren, Ideen, Th. I. Ablb. 3, S. 54i. en Beilage II.
8