Boekgegevens
Titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1840
Opmerking: Oorspr. titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden voor de jeugd, benevens eenige bijzonderheden wegens de groote en kleine visscherijen. - 1824
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1199
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206487
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Geschiedverhalen, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
waaraan eene lange, tamelijk dikke lijn is vastge-
maakt , die op zoodanige wijze in de sloep is opgelegd,
dat dezelve gemakkelijk kan uit- of afloopen.
De walvisch, zich gekwetst gevoelende, schiet met
eene groote snelheid onder water, en in korten tijd
zoo verre voort, dat men er veel moeite aan heeft,
om de aan den harpoen vast zijnde lijn zoo spoedig
uit te vieren. Onder het uitvieren van de lijn, roeit
men met de sloepen den walvisch achterna. Daar
de walvisch het nu niet lang onder water kan uit-
houden, zoo komt hij weldra wederom te voorschijn,
om adem te halen, zijnde alsdan door de wonde,
die hij ontvangen heeft, alsmede door het sterk zwem-
men en trekken aan de lijn, zeer vermoeid; is men
nu nader bij den walvisch, dan palmt men den lijn
wat in; zwemt hij weder voort, dan viert men de
lijn ook weder uit. Zoodra de walvisch van vermoeid-
heid geheel stil gaat liggen, roeit men naar hem toe,
en werpt hem eenen tweeden, en zoo het noodig is,
nog meer harpoenen in het ligchaam. Wanneer nu
de walvisch genoeg gekwetst, en zoodanig vermoeid
is, dat hij zich niet meer kan laten zinken, dan
begint men te lemen, dat is: met ijzeren spietsen
te steken, die vooraan breed en scherp zijn, voorts
de gedaante van eenen piek hebben, en langer dan
de harpoenen zijn. Met deze spietsen steekt men hem
achter de vinnen, omtrent hét hart; hierdoor verliest
de walvisch veel bloed, en begint alsdan veeltijds
bloed uit zijne blaasgaten op te spuiten.
De walvisch, door de harpoenen en dit lensen, hoe
langer zoo meer gekwetst wordende, beweegt zich her-