Boekgegevens
Titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1840
Opmerking: Oorspr. titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden voor de jeugd, benevens eenige bijzonderheden wegens de groote en kleine visscherijen. - 1824
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1199
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206487
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Geschiedverhalen, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
viscli, de Zaagvisch, welke een eigenlijke viscL is,
en'die hem met de tanden van zijne zaag den buik
opensclie(urt.
De Groenlandsche walviseh houdt zijn verblijf in
den Noordelijken Oceaan, bij Nova Zemhla,
Spitsbergen, Ysland, Groenland, in de Straat
Davids, en daaromtrent, ook worden zij omtrent
de kusten van China gevonden.
Op deze soort van walviseh, wordt het voornamelijk
toegelegd, om dien te vangen j niet alleen omdat die
de grootste is, maar omdat dezelve meer traan op-
levert, dan de andere soorten; gebeurt het evenwel
dat er andere soorten te voorschijn komen, dan vangt
men ijie ook.
Keesje. Deze walvisschen moeten vreessclijk groote
dieren zijn; hoe vangt mén dezelve toch ?
Reishabt. Dat zal ik u zeggen. Tot de TVal-
visch-vangst worden groote driemastschepen uitgerust,
dezelve worden zeer sterk gebouwd, en met ijzer be -
slagen, ten einde den aandrang van het IJs, waar-
tusschen zij moeten heenzeilen, te kunnen wederstaan.
Deze schepen worden Groenlands-vaarders genoemd,
en zijn gemeenlijk 100 tot 120 voeten lang, en even-
redig in breedte en diepte; dezelve zijn met 40 tot
50 mannen bemand, en deze schepen hebben zes of
zeven sloepen bij zich. Onder het scheepsvolk behoort
de Kommandeur, (zoo wordt de schipper, zijnde de
oppergezaghebber op zulk een schip, genoemd) de
Stuurman, de Opper- en Ondertimmerman, de
Chirurgijn , de Kok, en voor elke sloep een Har-
poenier.