Boekgegevens
Titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1840
Opmerking: Oorspr. titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden voor de jeugd, benevens eenige bijzonderheden wegens de groote en kleine visscherijen. - 1824
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1199
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206487
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Geschiedverhalen, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
hoornachtige zelfstandiglieid, die naast elkander,
boven aan het gehemelte vast, en met bruin ruig
haar begroeid zijn. De stroken sluiten in de onder-
kaak, men noemt dezelve Baarden, welke doorge-
sneden of gespleten zijnde, de Baleinen zijn. Een
groote Walvisch heeft gemeenlijk 300 of meer zoo-
danige baarden in den bek. Zijne tong is zeer groot
en vet, maar week. De Walvisch heeft niet verre
onder de oogen, ter zijde van het lijf, twee vinnen,
welke aan het dier meer dienen, om zich te besturen
cn om te draaijen, dan om te zwemmen; het been-
gestel van deze vinnen gelijkt veel naar dc voorste
ledematen van de viervoetige dieren , bestaande uit
knokkel met leden, cn zijn met eene dikke taaije huid
bekleed. De oogen zijn niet veel grooter dan osseu-
oogen, hebben oogleden, zijn door wenkbraauwen
omringd, en staan aan de zijden van den kop, bijna
op de hoeken van den bek. Achter de oogen zijn dc
gehoordeclen geplaatst, doch uitwendig door de opper-
huid zoodanig bedekt, dat men naauwelijks eenige ope-
ning er van zien kan. Boven op den kop van den
Walvisch , zijn twee blaasgaten, welke digt bij elkan-
der staan, en door welke hij het water , dat door hem
in zijn bek wordt opgevangen, met eene groote kracht,
in twee dikke stralen, in de hoogte spuit. Het lijf
van den Walvisch is rond, maar loopt, tot aan den
staart, iets scherp af, zijn staart ligt plat, en is ee-
nigermate gevorkt; dezelve dient hem, om zich op-
en nederwaarts in het water te begeven. Zijne huid
is glad , en hare kleur zwart; op sommige plaatsen
met geel en wit gemarmerd, bijzonder aan den staart