Boekgegevens
Titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1840
Opmerking: Oorspr. titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden voor de jeugd, benevens eenige bijzonderheden wegens de groote en kleine visscherijen. - 1824
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1199
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206487
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Geschiedverhalen, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
verscheidene Kapiteins en Ofiicieren van de gewapende
burgerij, gedurende dc belegering, en ook nog een
stuk, hetwelk door eenen der tegenwoordige neder-
landsche Schilders, m. vak bbee, in 1817 vervaar-
digd is, en burgemeester p. a, v. n, webf voorstelt,
in de belegering der stad aan dc burgers zijn ligchaam
tot spijze aanbiedende; welk laatstgemeld schilderstuk,
in Januarij des jaars 1818, door Z. M. wulem den
^Eerstenj Koning der Nederlanden^ aan de stad
Leyden vereerd is.
Boven de stadhuis-poort, op de breedestraat, zijn
op eenen blaauwen toetsteen, de volgende, in dien
tijd vervaardigde, versjes geplaatst:
V Ryck van Spangnen hem vcrhlyden
In H beleggen als zy zagen i ^
Met geduld wy dragen 't lyden,
Zoo veel letters zoo veel dagen.
Nae zFFarte hFngersnoot
GebratTht had tot de doot
B/naast ses dF/sent iïfens<7hen :
kLs 'i God den Ueer Terdroot
Gaf hl Fns Weder broot
Soo VeeL VVI CVnsten FFensChen.
Zoekt en vindt *i Jaar » van lyden zwaar**
Dat niet en was te herden,
De Ileere maer » vrid ons daar naar**
Der thicnder Maend den derden.
Het middelste versje bevat 129 letters, zijnde het
getal dagen, het welk Leyden is belegerd geweest.
De daarin voorkomende kapitale talletters leveren het
getal 1574 op, zijnde het jaar der belegering; terwijl
men in den laatsten regel van het derde versje de
maand en datum van het ontzet der stad vindt.