Boekgegevens
Titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1840
Opmerking: Oorspr. titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden voor de jeugd, benevens eenige bijzonderheden wegens de groote en kleine visscherijen. - 1824
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1199
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206487
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Geschiedverhalen, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
42
» eens heb ik eenen eed gedaan, den Vaderlande
» en dezer stad getrouw te zijn ^ dien eed hoop ih ,
» door hulp van den gever alles goeds , standvas-
te tiglijh te houden* Spijze heb ik niet en moet
)> toch eens sterven^ op wat wijze is mij om het
» even, het zij mij de dood van vriend of vijand
» toehome ; zoo u mijn ligchaam dan ter bate strek-
)> ken kan y snijdt het tot uwe nooddruft j onhe-
te schroomd aan stukken, en deelt het zoo verre
» als het strekken mag ïk hen des getroost ^ en
» offer het vrijwillig aan de gemeene zaak en aan
n uwe behoeften op: — doch tot de overgaaf der
» stad zal ik nimmer mijne toestemming geven,*
Dit zeggende, bood de grootmoedige tas der webp,
aan de misnoegde burgers, zijnen degen aan. De
ernstliaftigbeid dezer rede, en de gerustheid des ge-
moeds, waarmede dezelve werd uitgesproken, deed
de misnoegden met beschaamdheid terug deinzen,
en tot liunnen pligt wederkeeren.
Ja», Wij zijn aangedaan, vader! over den be-
droevenden toestand, waarin de Inwoners van Leyden
zich toen bevonden hebben. Kwam er geen einde
aan die ellende? kwam er geene hulp?
Reibhart. Ja, Kinderen! men was reeds spoedig
bedacht, om pogingen lot ontzet van de belegerde
stad aan te wenden, dewijl men veel belang in het
behoud van dezelve stelde. Om het ontzet te lande
ten uitvoer te brengen, vond men ondoenlijk, aange-
zien de stad door een aanzienlijk Spaansch leger om-
ringd , en met 62 schansen op alle toegangen was
ingesloten. Om deze reden besloten 's Lauds staten,