Boekgegevens
Titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: Ten Brink & De Vries, 1840
Opmerking: Oorspr. titel: Verhalen en leerrijke voorbeelden voor de jeugd, benevens eenige bijzonderheden wegens de groote en kleine visscherijen. - 1824
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1199
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206487
Onderwerp: Geschiedenis: geschiedenis van Europa
Trefwoord: Geschiedverhalen, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verhalen en leerrijke voorbeelden uit de vaderlandsche geschiedenis, voor de jeugd: met platen
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
ichrikkelijken hongersnood kwam nog een besmettelijke
ziekte, door het ongeschikte en slechte voedsel ver-
oorzaakt, zoodat aan dezelve en door den honger,
gedurende de belegering, bijna zes duizend menschen
kwamen te sterven; en die in het leven bleven, waren
zoo verzwakt, dat zij genoegzaam buiten staat waren,
om de dooden'te begraven.
Jas. Wel, vader! hoe vreesselijk ellendig, moet
het toen in Leyden zijn gesteld geweest; en bleven
de burgers, bij al die ellende, zich nog moedig
verdedigen?
Reibhabt. Ja! niet alleen de mannen hielden
moed, maar ook werden zij door de vrouwen tot
eene hardnekkige verdediging aangezet; ja velen van
deze spaarden een gedeelte van haren soberen mond-
kost, om zulks aan hare mannen mede te deelen,
ten einde deze, daardoor, tot eene langere verde-
diging in staat te stellen, willende liever zelve van
gebrek omkomen, dan in"handen der Spanjaarden
vallen. Ja, zoo verre ging de groothartigheid der
burgers, dat zij, bij gelegenheid toen de Span-
jaarden hen over hunne ellende beschimpten, en
hen honden-en katten-eters noemde, aan die wreede
vijanden van de stadsmuren toeriepen: n dat zij aan
n het loeijen van haar groot, en het janhen van
B haar klein vee , wel hoeren konden, hoe het nog
» aan geene paarden, koeijen en andere dieren
» ontbrak; en wanneer deze allen waren opgege-
n ten, dat zij dan nog eenen linkerarm hadden,
» om den honger te stillen , en eenen regterarm ,
1) om de tirannen van de muren af te weren; en