Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 78 )
lïike kleur der Kaas. En wie kan bepalen, w-aar iii
liet gevoel het onderlcheid ontdekt, tusfchen wel be-
werkt en lijmerig, dat beide eigenfchappen van een dier-
gelijk vast ligdhartm zijn»
Öude en Vette Kaas is zwaarder te verteren dan jon'
ge; hoe ouder zij wordt des te nadeeliger wordt zii,
om het galftrig worden van het vet of de dierlijke olij^
die zij bevat. Zij kan zoo icherp zijn, dat het bin-
nenfte van den mond én den flokdarm daar foms van
ontdoken zijn; men ete die alzoo fpaarzaam, en, ge-
lijk s I iv c L A I R aanraadt, als een fpecerij, zoowel
ais de bittere Kaas, die altoos vet en galfterig is.
Rottige en zoogenoemde Pot kaas, hoezeer door ve-
len met fmaak gegeten >, brengen de beginfelen van
verderf in het menfchelijk ligchaam, en moeten dus als
viianden onzer gezondheid geweerd worden, niettegen-
ftaande men den fmaak der Potkaas door het bijmengen
van wijn cn fpecerijen tracht te verbeteren.
Van de Komijnen of Leidfche, de Kruid-, Saffraan i
Texolfchc en andere Kaasfoorten , als alleen in de bij-
mengfelen verl'chillende, is al het gezegde even waar,
en kan van eene gelijke toepasfing op haar gebruik zijnn
De Vogelen leveren aan de keidcen Eijeren, welke i
althans bij eenigzins gegoede menfchen, van geen ge-
ring aanbelang zijn, uit hoofde van haar veelvuldig ge-
briiik , zoowel ais bijmengfel, als op zich zeiven. Dê
meesten, die gebruikt worden zijn van de Hoenders,
dan die der Eeiiclvogcls, vervolgens van de Kievieten,
waar onder de Tureluureijeren (*) gewoonlijk gedoken
worden, en eindelijk die der Ganzen.
Elli ei bedaat, behalve het onder de fchaal liggen-
de vlicsje , uit drie deelen, fchaal, dojer en wit, en
wel in deze betrekkelijke hoeveelheid , dat, volgens
N E u-
De Tureluur (Trlnga Striata") eijeren hebben donker
roodü vlakken , daar die der Kivieten (Tringa Fanellin^
zwart of bruinachtig groen zijn. Het wit der eerstgemeld'e
is ondoorfehijnend wit, daar dat dér laatste blaauvvachtig is.
De eijeren zijn nagenoeg even groot. Die van de Grutto
(^Rusticola Orutto) veel grooter en vuil groenachtig graauw
van kleur , zijn , even als die van de Kemphaan QTringh
Pugnax') en de Graauwe WuIp ^Scolopax Arquata') inzonder-
heid die van deze laatstgenoemde, insgelijks niet alleen goed,-
muar wel fmakelijk ten gebruik.