Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 74 )
m
1
J.
i
ten , zoo als de keulfche zijn , verkieze , opdat de
loodzuiker, die het voomaamfte intnengfel van het ver-
glafel is , niet ontbonden en met de boter vermengd
wordende , dezelve eene nadeelige hoedanigheid doe
verkrijgen. De volgende hoogst belangrijke waarneming
zal tevens de voorzigtigheid aanraden in de keus der
Jceukengereedlchappen bij het dagelijks gebruik van bo-
ter. De Heer navier werd te Chaloin fur marne,
bij een huisgezin van negen Perfonen geroepen, alle
van hevige brakingen en buikpijnen aangetast; zij had-
den alle de teekenen van Iterk vergif gebruikt te heb-
ben: bij nader onderzoek bleek het, dat alle deze toe-
vallen de gevolgen waren van de achtelooze onvoorzig-
tigheid der huismoeder, want deze had in eenen kope-
ren ketel boter gefmolten, en tot het affchuimen zich
van eene koperen fchuimfpaan bediend; van ditfchuim,
dat koud geworden en met veel koperroest befmet was,
bediende zij zich , om daar mede koeken te bakken, ter-
wijl met die zelfde fchuimfpaan mede de foepe ge-
fchuimd werd. Binnen vierentwintig uren werden aan
deze negen perfonen de zou evengemelde toevallen , in
meerdere of mindere mate, waargenomen , naar mate zij
van de genoemde fpijzen meer of minder gegeten had-
den. Ik zelf herinnere mij gehoord te hebben, dat
in een pannetje, hetwelke met gefmolten boter op het
vuur ftond, om met de opgedischte grutten gegeten te
worden, gedurende het gebtd,een geheele tinnen fpijs-
lepel gefmolten was. De boter werd, uit vrees voor
nadeelige gevolgen, weg geworpen, maar hoe ligt fmelt
niet, op deze wijze, een gering gedeelte onopgemerkt,
zoodat de fchadende loodzuiker en het vergiftige rot-
tekruid daardoor met de boter vereenigd worden, of-
fchoon het waar zij, dat het olijachtige van de boter
een verllompend tegengift voor dezelve tevens oplevere.
Dat de boter, gedurende den zoogenaamden vuiltijd,
(de Hondsdagen*; gelegen , minder deugdzaam zou zijn,
dan
(*) Deze vallen, volgens den Almanak, gewoonlijk, den
soften julij in, en eindigen den 2often Augustus, en hebben
hunnen' nanm ontleend van de Ster Lyrius, die in het Ster-
renbeeld: de Groote Hond flaande, gemeenlijk Hondßer gehee-
ten wordt, en gedurende dezen tijd met de zon te gelijk
opgaat, en alzoo even lang onzigtbaar blijft; terwijl zij naden
20iten Augustus weder te voorfchiju kunn en zigtbaar blijft.
iv-