Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
C )

J

ne voorwerpen, waar over dezelve handelt, doet ons
dit voctfpoor, als meer der waarheid overeenkomstig,
volgen.
De weinige voorwerpen, welke deze dierklasfe voor
onze tafels oplevert, bepalen zich tot Oesters, Mos-
felen. Alikruiken en eene foort van Slakken.
Alle deze leveren een zacht, malsch,ligt verteerbaar
voedfel op, dat voor velen eene groote lekkernij ver-
flrekt, maar, even als de dierfoorten der vorige klas-
fe , weinig voedfelllof mededeelt. Oesters en mosfelen
worden wel het meest van deze, althans in ons Vader-
land, gegeten; raauw worden zij door boerhavä
beter geacht dan geftoofd of gekookt, dewijl zij dan
harder en zwaarder en daar door nadeeliger worden (»).
Allen behooren vooral levendig toebereid, en om des
te beter verteerd te worden, met azijn, citroen- of li-
moenfap gebruikt te worden.
De Oester, dat is, de gemeene eetbare Oester, is
eene zoete, malfche fpijze, die meestal raauw , fom-
wijlen echter ook gedoofd gegeten wordt, en van wel-
ker gebruik men zelden, zoo ooit, nadeelige gevolgen
gezien heeft, vooral zoo zij op bekende Oesterbanken
geipeend en gevangen zijn. De Texelfche overtreffen
> de Engelfche in grootte, even gelijk deze,gene in fijn-
heid en malschheid te boven gaan. Zij zijn niet eet-
baar voor dat zij vier jaren oud zijn; de randen, die
elk jaar met dén vermeerderen , doen den ouderdom
kennen (f). Zij worden onderfcheiden in Berg-, Bank-
en Kleioesters, de laatde zijn de dechtde, en de eerste
de beste, tevens omdat ze vuiler zijn dan de Bank-
oesters. Die groene baarden hebben houdt men voor
iiitmuntend, en ten einde de Oesters deze kleur te doen
verkrijgen, heeft de baatzucht getracht die met koper-
roest te verwen. Lentilius zag hierdoor een
gantsch huisgezin krank en bijna vergiftigd (§). In de
vier zomermaanden zijn de Oesters,over het algemeen,
ongezond: het teeken daar van is, dat zij blaauvvachtig
zijn, en dap in de fchclp hangen.
Daar fommige Oesters eeue perel bevatten , en dan
ütu

(♦) Pra:lect. Acad. vs. 322. edente Halleri
C*-) Martinet, I. c. II. 382,
CD Frank, 1. c. 126.
■tf'
• f
JrU
'h