Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 43 )
. -A
letnaakt worden. De eerde, trouwens , worden naast
eikanderen, elk in een afzonderlijk hokje geplaatst, en
met melk en tarwebrood gevoed; de Ganzen, daarente-
gen , plaatst men achter elkander , zoo onbewegelijk
mogelijk, en noodzaakt de achterde de drek van de
voorde, met het voorgeworpen graan, op te eten, dat
wel het vet worden fchijnt te befpoedigen, maar waar
door te gelijk de vochten eene neiging tot rotting ver-
krijgen, die zij aan het geheele dier mededeelen, het
gene de vertering zoo moeijelijk maakt en de onge-
fchiktheid ter kleinzing vermeerdert ; de Ganzen leve-
ren, daarenboven, ook zonder dat zij gemest zijn, een
vleesch op, dat men, volgens de wetten der Icvensre-
geling , nimmer kan aanraden; want het is of te droog
en te taai, of te vet, en dus altoos onverteerbaar.
liet door de weelde zoo geliefkoosde voedfel, een
Waterfnip met zijn drek, is een even zwaar te verte-
ren voedfel , ja van allen wildbraad het zwaarde, uit
hoofde van de verderfelijke eigenfchap, die het van de
drekdof ontvangt, welke men, wel is waar , tracht
weg te nemen, door bijmenging van zout en fpecerij-
en ; doch daar deze wel reuk en fmaak verbeteren, en
de krachten ter vertering opwekken, maar geenszins
de fchadelijke aard van eenig voedfel kunnen verande-
ren , blijft de hoedanigheid even fchadelijk, en deze
bereiding verwerpelijk.
Overmits het wild gevogelte ons bijwezen ontvlugt,
zijn wij weinig met deszelfs huishouding; maar nog on-
eindig minder met deszelfs ziekten bekend. Deswege
vindt de algemeene raad : om geene zieke vogelen te
eten, hier zijne plaats, niettegendaande wij denzelven
in alle zijne bijzonderheden, uit gebrek aan dc noodige
kennis , niet kunnen toepasfen. Evenwel is het gevo-
gelte aan ziekten onderhevig, die het gebruik van des-
zelfs vleesch bedenkelijk maken. Onder de Hoenders
regeerde in 1763, te Toulon, eene ziekte, en in 1769,
te Genua, eene befmettelijke ziekte , en te Parijs is
het te koop dellen van gevogelte, dat door ziekte ge-
ftorven is,verboden (*). Een verbod, dat het aanwe-
zen van ziekte ook onder het wild gevogelte niet alleen
onderdek, maar zelfs verzekerd; terwijl die wet hoogst-
waarfchijnlijk uit eene dure ondervinding zal geboren zijn.
Daar
Code de la Pelice Tj. p. 108.