Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
C )
tamme buisgevogelte, waaromtrent eene vergeliiking tus4
fchen de Hoenderfoorten, bij voorbeeld, Faifant, Pa-
trijs en Huishen , het overtuigendst bewijs oplevert.
Niettemin is dit zwaardere in het verteren wederom
hoogst verfchillend, naar mate deze vogelen zich met
granen, vruchten, infekten of visch voeden. Het Is
immers door de ondervinding bekend, dat de watervo-
gelen, die wij eten, des te fterker van fmaak, en des
te zwaarder te verteren zijn, naar mate zij meerder
visch eten; vanhier dat de Eendvogel';' de Taling, de
Smient en de Wulp een opgewekter maag vorderen,
dan de Waterfnep, omdat deze laatlte alleen op infek-
ten aast; die verder het onderfcheid tusfchen de wil-
de en tamme Ganzen kent, zal deze waarheid geredelijk
toedaan. Ook is het even zeker van de landvogelen,
dat de graan- en vrucht-etende eene ligter fpijze ople-
veren dan die, welke het gekorvene gedierte tot hunne
fpijze zoeken, welke dan ook daardoor eene bijzondere
neiging tot verderf aan ons gellel mededeelen, waar
van de Patrijs een fprekend voorbeeld oplevert, Eene
vergeliiking tusfchen de Kieviet, Kemphaan, Spreeuw ,
en tusichen de Duiven en de geheele klasfen der Mos-
fchen of zangvogelen , zal allen twijfel geheel over-
winnen.
Het rara gevogelte, voor zoo verre het geheel zijn
wilde ftaat verloren heeft, zoo als de Faifanten, Kal-
koenen, Hoenders, en dergelijken meer, levert een wit
vleesch op, dat ligt verteerbaar is. In den gemeng-
den Haat blijft het bruin, zoo als bij de huisduiven,
hoe zeer het ligter van kleur is dan bij de ringdui-
ven, die geheel wild zijn.
De vogelen leveren, over het algemeen, geen zwaar
voedfel op ; de zwaarfte zijn de watervogelen, en on-
der deze de Ganzen; de ligde, Hoenders cn Duiven«,
Zeer vette vogelen zijn , nogtans , zeer zwaar te verte-
ren , en wel des te zwaarder, indien de vogelen gemest
zijn; hierom zijn de Kapoenen , hoe zeer eene uitge-
zochte lekkernij , nimmer aan te bevelen; hare groote
vettigheid maakt de vertering moeijelijk. Onder deze
behooren de vette huis- ook wel St. Maartens-ganzen,
vooral opmerking te verdienen, omdat zij niet meer
zoo jong zijn als de Hanen en Kapoenen, die gewoon-
lijk voor de tafels gemest worden; maar vooral om het
f voedfel waar mede , als om de wijze waar op, zij vet
ge-