Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 39 )
dat liet de vezelen van ons ligchaam verflaptj waar
van het uiterlijk voorkomen onzer fteedfche welluste-
lingen, die met vet omringd zijn, eene flerk fprekend
bewijs opleverd. Het vette vleesch, trouwens, geeft
geene zoo krachtige foupe als het magere. Ook wordt
de tot zwaarmoedigheid geneigde aard der Engelfchen
aan het gebruik van veel vet vleesch toegefchreven.
Op de gemeste zoogdieren volgt het viervoetig Wild-
braad, dat, hoe zeer het meerendeels alleen de tafels
der rijken verfiert, ook wel eens der burgeren disch
vervult, daarom ook hier deszelfs plaats vindt en onze
overweging verdient.
Eene grootere zorgvuldigheid , dan bij het gemeste
flagtvee , moet bij het inkoopen van wildbraad in acht
genomen worden, omdat er, vooral in ons land (Hol-
land) althans zoo ver ik weet , geen Keurmeesters
daar over gevonden worden, en het dus aangeboden
wordt zoo als het zich ook mag bevinden; onbepaald
of het levende geveld , of wel geftorven of verdron-
ken is, of het ziek of gezond, tijdig of ontijdig is.
Tot dit alles bepale zich, derhalve, de oplettendlieid
van de zorgvuldige bezorgfters onzer tafels, en onze
onderrigtende aandacht.
Men lette dus op de wijze waar op het gedood is :
het moet gefchoten en uitgebloed zijn. De befcbou-
wing der wonden geeft aanleiding om hetgene hier van
is, te ontdekken. De uitflorting van bloed in de hol-
ligheden der wonden, en deszelfs gedold aanwezen,
is genoegzaam om aan te toonen , of de wond of
wenden ook bedriegeliik zijn, dat is: na den dood
zijn toegebragtrt en alleen dienen, om, ware het mo-
gelijk, defi kooper in den waan te brengen, dat het
iier levende geveld is geworden. In dit geval mogen de
wonden met bloed befmeerd zijn, men zal toch geen 'j
gedold bloed, dat in de wond vastgeh;;cht zit, daar I
in ontwaren. —■ Zoo het wild in drii;ken gevangen of i
dood gevonden is, dat in harde winters wel gebeurt, r
moet de vrees voor ziekte, maar vooral voor die van " ^
fchieliik bederf, des te groofer zijn, omdat het al zijn
bloed behouden heeft, waar in de verrotting zich het
eerst vestigt.— Men lette verder, indien het gefchoten
is, of het kort geleden geveld is, dali of het reeds
eenige dagen is dood geweest. Het verfche alleen is
gezond om te eten: wanneer het, zoo als men dit
C 4 noemt.

m