Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 34 )
het zelfs voor zeer malsch en lekker opgeeft C*), zoo
is het, aan den anderen kant, ontegenzeggelijk , dat
deze toeftand niet die der volkotnene gezondheid is,
en dus ziekte behoort genoemd te worden , omdat er
geen middenwezen tusfchen welvaren en ziek zijn kan
beftaan; — dat deze ziekte bij uitfluiting de tamme
Varkens aantast, die reeds in eenen verbasterden Haat
leven en van kruidetende tot allesetende zijn overge-
gaan: in welken verbasnterden ftaat zij eene grootere
vatbaarheid voor ziekten in het algemeen , en, mis-
fchien gevoegd bij het oneigene voedfel;, dat zij nu
Ineestal gebruiken— eene bijzondere ontvangbaarheid,
zoo al geene dadelijke oorzaak voor deie ongefteldheid
verkrijgen.
Wanneer men nu hier bij voegt, hetgene de ondervin-
ding heeft geleerd , dat het Huisvarken met deze ziekte-
teekenen fomwijlen geheel bezet is (f^ , hetgene voor-
zeker eene nadeelige hoedanigheid aan de vaste en vloei-
bare deelen moet toebrengen (waar van de vermage-
ring (§) en de verlamming C^) aan de achterfte deelen
de bewijzen opleveren) zoo komt het mij voor, dat
het gortige Varken de vermoedens van ongezond te
zijn, en mitsdien die van een fchadelijk voedfel op te le-
veren , niet ontgaan kan, en dat hel gebruik van des-
zelfs vleesch mij daarom toefchijnt eenigzins gewaagd
te kunnen gerekend woi-den, offchoon het zeker zij, dat,
even gelijk er graden in de ziekte zijn, er zoo ook
graden zijn in het fchadende vermogen der verfchillen-
de oorzaken eener ziekte, en dat dus de vrees daar
voor bij eene geringe gortigheid evenredig gering kan
zijn ; terwijl als dan de gunstige Natuur , die kleine
gevaren door haar heilzoekend vermogen te onderbrengt
.en alzoo afweert, zonder dat men daarom mag beflui-
ten , dat zij niet aanwezig zijn geweest.
Van buiten ingebragt varkensvleesch, zoo als, bij
vnorbecld, de zijden fpek, hammen, worsten, enz.
uit Munsterland^ Westphalen en Hanover, zorgeloos
ten gebruike toe te (laan, zou mij altoos bedenkelijk
voorkomen; dat het althans veiliger is, die van eigen
ge-
C*) Buchoz, Ic. I. 592.
(t) Zie N°. 8 en 9 hier boven.
CD N». I. Q N». 2.