Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 33 )
s ■ '
Sommige willen, dat de gortige Varkens
1. Van voren vet en van achteren mager worden.
2. Dat zij zich niet op de achterftc pouten kunnen
(taande liouden, en deze alzoo eene iborc van
verlamming vertoonen.
3. Dat zich eene zwelling boven de oogen vormt.
Dat het beest den kop laat hangen, zwak en kwij-
nend wordt.
5. Dat de borstels, die men uit den rug trekt, aan
de wortels bloedig zijn,
6. Dat het dier, volgens d u p u ij demportes,
alle voedfel weigert.
Vermits echter alle deze teekenen zich niet altoos ver-
toonen,ja van anderen in twijfel getrokken, en, voor-
al ten aanzien van het weigeren van voeulel, tegenge-
fproken worden , zoo is het aanwezen der gortjes of
puisjes het onbedricgelijkfte teeken. Men onderkent
dus het zekere aanwezen van dit ongemak:
7. Als men, de tong opligtende, aan den onderkant
van dezelve, kleine zwartachtige puisjes ontdekt;
vooral
8. Als hét verhemelte en de keel puisjes vertoo-
nen-, gelijk aan die, welke onder de tong gevon-
den worden , of wanneer het geheele ligchaam
' daar mede bezet is.
9. Zelfs dan, wanneer onder de tong aan het gehe-
melte en in de keel weinige of in het geheel gee-
ne puisjes gevonden worden, en men, na het
Aagten, de geheele binnenlte oppervlakte daar me-
de bezet vindt, hetwelk de ondervinding foms
geleerd heeft, moet dit wel degelijk vooreen on-
feilbaar teeken dezer ziekte gehouden worden.
Deze puisjes (welke in hare gewone gedaante op
gierst of gortkorrelen gelijkende , misfchien tot den naam
van gortig hebben aanleiding gegeven) zijn meestal vnn
de grootte eener fpeldekop, offciioon zij fomvi^ijlen die
eener erwt bereiken
En hoe zeer fommigen willen, dnt de gortigheid gee-
ne eigenlijke ziekte is, a'dians niet zoodanig eene,
welke hei gellei van het dier merkbanr aa"doer; dat
het vleesch van gortige Varkens niets nadeligs bevat,
noch het gebruik daar van fcliajelijk voor den eterzii,
(hetgene de ondervinding fchijnt te bevestigen^ en men
C he:
4
i-
i>
r -MI
11