Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 24 )
heid van den eter hebben kan. Het is, trouwens, een
vaste regel , welks zekerheid van voren reeds boven
allen betoog is, dat het beste vleesch, alles voor het
overige gelijk ftaande (dit eens vooral gezegd) verkre-
gen wordt van gezond vee, dat geflagt is geworden;
terwijl de ondervinding van achteren overvloedig geleerd
heeft, hoe nadeelig het i'omvvijlen geweest is, vleesch
van zieke of geflorvenc beesten te eten. Een huisge-
zin, om dit met eenige voorbeelden te Haven, van drie
perfonen,hetwelke van een ziek geflagt Varken,nadat het
gezouten en gerookt was, gegeten had, werd de een voor, de
ander na, van hoofdpijn, duizeling,zwelling van het aan-
gezigt, en herhaalde flaauwten overvallen , en al|en (lierven
eindelijk eenen ellendigen dood (♦}. Borellus ver-
haalt, dat in Frankrijk eene gevaarlijke doorgaande
ziekte onder de menfchen ontdond, nadat eene foortge-
lijke kwaal te voren onder tle Schapen geheerscht, en
iedereen, bijna, van het daardoor befmette vleesch ge-
geten had Ct)- Eenige jagers, die van eenen,door hen
gevelden, dollen Wolf gebruikt hadden, werden, vol-
gens de getuigenis van fernelius, van razernij
overvallen; meer anderen hebben dit, door hunne
waarnemingen, gedaald. KAUNScHzegt, met ronde
woorden, zich ten vollen overtuigd te houden, dat
de zwarte blaarziekte den mensch niet alleen aandoet,
nadat hij het vleesch van Runderen, die aan de mild-
brand geftorven zijn, heeft gegeten, maar dat zelf de
genen, die ze gevild, het vleesch behandeld, of het
dier geneesmiddelen toegediend hadden , daar door zijn
befmet geraakt. Ook ons Vaderland was, in het ampt
tusfchen enlVaaltn tc Lith,gtm\gt dezer waar-
' heid, welke door den dood van (bmmigen onzer land-
^ genooten bevestigd is (§). Ook het aan eene heer-
% ichende ziekte gedorvcne Rundvee heeft deszelfs ge-
^ zondheid en leven benadeelend vermogen, te overvloe-
, dig bewezen, om deszelfs fchadelijkheid (hoezeer door
JJf velen, waar onder onze beroemden landgenoot c a m-
f/ per ontkend in twijfel te trekken. Lange
r ver^
C") Kphem. Nat. Curios. Dccj. a 6. p. 191.
Ct) Richter, de Cura Magistratus. 2.
(5) Kaunsch en van rees, over het Mildvuur, bl. 27
jn de nota.
ti^ss, over de Veepest, bl.
f

1;
iSB::