Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 21 )
geus ten niterflen verzwakt zijn, tot het beste onder-
hond en veelal eenigde geneesmiddel verftrekt. Niet
dat ik daar uit wil doen befluiten,als of de volwasfen
mensch zijn beste, veel min zijn eeniglte voedfel, uit het
dierenrijk zou behoren te kieken; hier uit zouden zeer
vele ongemakicen voortvloeijen. Ook is hij, gelijk wij
reeds hébben opgemerkt, niet een alleen vleeschetend
dier; en ziin aanleg vordert tevens planten-voedfel.
Maar ik wilde deze voorloopige aanmerking doen die-
nen , om de natuur- en voedingslaacht van het dierlijke
voedfel nader te verklaren, en de noodzakelijkheid te
doen opmerken van deszelfs gebruik en hoeveelheid,
evenredig aan de meerdere of mindere infpanniiig van
ligchaamskrachten, welke de dagelijkfche arbeid noodza-
kelijk maakt. Het is , trouwens , eene wezenlijke be-
hoefte, cn een onmislDaar vereischte van alle fpijzen,
dat zij in flaat zijn, de natuur aan te nemen van het
voorwerp , hetwelke zij moeten voeden; cn met hoe veel te
meer gemak en voordeel dit gefchiede , des te ge-
fchikter mogen zij gerekend worden voor het oog-
merk , waartoe zij moeten dienen. Daar nn het dier
reeds deelt in de eigenfchappen van den diermensch ,
en deze zijne verteringswerktuigen tot derzelver klein-
zing ^efchikt zijn , zoo bekleeden de dierlijke voed-
fels eene eerfte plaats onder die genen , welke voor
den mensch gefchikt zijn.
Gaan wij nu, na deze voorafgaande algemeene be-
paling, tot de meer dadelijke befchouwing over van de
fpijzen uit
I, Ilct Zoogdierengcflacht.
In het vleesch , dat aan het hoofd der dierlijke voed-
fels zijne juiste plaats vindt, erkennen de Natuurkun-
digen, op fcheidkundige gronden, de volgende beltand-
deelen:het vet, de fpiervezel en de dierlijke flijm., ten
naauwkeurigften onderling met de dierlijke Co/Ziz, of het
geleiachtige beginfel, vereenigd', welke de naaste beltand-
deelen der voedingdof uitmaken. Deze CoHa, of het
geleiachtige beginl'el, fchijnt nogtans de voedende eigen-
fchap bij uitnemendheid te bezitten: want waar deze hef
overvloedigst is, daar is ook het voedzaarode vleesch
te vinden; en waar , buiten het dierenrijk, eenig be-
ginfel , haar. gelijkende , gevonden wordt, daar kan men
gerustelijk eene (terke voedende eigenfchap vermoeden.
E , De