Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 20 )
ons hoofdzakelijk bij de voedfels. Ook fchljnt zij mij
toe, meest datgene onder het oog te houden , wat
dadelijk tot fpljze dient, en niet zoozeer hetgene alleen
tot verkwikking, of tot ftreling van verfijnden Imaak,
op de meer uitgebreide tafels der weelde geplaatst
wordt. J)e zoogenaamde gemeene man trcHiwens, die
het hoofdonderwerp van de bedoelingen dezer edele
Maatfchappij is, bepaalt zich' ook meest tot het nood-
zakelijke , en laat het overtollige voor de weelde en de
onmatigheid over. Het noodzakelijke zal daarom, hoofd-
zakelijk , ons bezig houden , zonder hetgene minder
nood akelijji gerekend zou kunnen worden, en wij tot
verkwikking ontvangen hebben, geheel voorbij te gaan.
Stellen wij dan nu
I. het dierenrijk ten voorwcrpc onzer over-
wegende befchouwing, daaromtrent vooraf latende gaan
eenige
AJgcmeenc hepalingen. -
De fpijzen zijn verordend om het ligchaam te voe-
den ; het verlies , welke hetzelve dagelijks, als onaf-
fcheidbaar van deszelfs be{laan,moet ondergaan,te her-
fiellen,en hetzelve, tot indandhouding van krachten en
werkvermogens, in Raat te Hellen en te houden : want elke
ademhaling, die wij verrigten, elke polsflag, dien wij ont-
waren , elke kracht , die wij infpannen , verteert een
gedeelte van ons beftaan, en, mitsdien, van die voe-
dingftof,welke wij,door het vorige gebruik van fpijzen
verkregen hebben; welke daarom op nieuw herdeïling
• ^ vordert, en het dagelijksch gebruik van fpijzen, tot onop-
' ' houdelijke opneming en verbetering, noodzakelijk maakt.
De onderfcheidene fpijzen nogtans-, hoezeer zij al«
" len tot ddn doel, de voeding des ligchaams, (trekken,
zijn, echter, in hare natuur- en voedingskrachten zeer
onderfcheiden , zoodat de eene meer voedend is , dat
is, meer voedfelflof in zich bevat, en gemakkelijker rot
voedfel overgaat, dan de andere, naarmate zij meer in
de eigenfchappen van het dierliike deelen, en de ver-
dierlijking fpoediger en beter ondergaan: waarom fom-
inigen naauwelijks eenige vertering behoeven. Dit alles
is bijzonder waar van de voortbrengfelen van het die-
renrijk , en is het meest blijkbaar in de melk, die het
zwakke pas geborene wicht tot het gefchiktflie en enigfte
voedfel, en den teringzieken, wiens verteringsvermo-
gens