Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( i8 )
óo!c in ons Vaderland, dat op eene gemiddelde, hoe
zeer meest noordelijke, breedte (52® ligt, het ge*
mengde voedfel .voor het meest overeenkomende met
de natuur des menlchen, en den aard der bewonereu
moet gehouden worden
iMaar, al ware hét, dat de mensch , ingevolge van zijnen
natuurlyke aanleg, niet loc een alles-etend dier beitemd
Avare , zoo zou , nogtans , zijn tegenwoordige toe-
iland, welken men , uit grond dier beftemming, als verbas-
terd zou moeten befchouwen, ons "noodzaken, hem daar
voor te iKinden, en onze tegenwoordige bemoeijingen
naar dien maatllaf dienen ingerigt te wezen , dewijl
alle iborten van voortbrengfelen der Natuur op de
lijst der voedfels zijn opgenomen: wel is waar, de eene
minder, de andere meer; de eene bij dit, de andere bij
dat volk, allen, echter, worden door den mensch toe
fpijzen gebruikt, zulke Ipijzen'zelfs niet uitgezonderd,
welke, in het afgetrokkene befchouwd, voor den daar
aan niet gewonen, Ichadelijke eigenfchappen bezitten.
Alvorens, meer bepaald, tot het onderwerp dezer Verhan-
deling over te gaan , vind ik nog d(^neenkele vraag, welke
noodzakelijk behoort beantwoord te worcfen, in een na-
tuurkundig onderzoek omtrent het gebruik der fpijzen; zij
is deze: ,, Wanneer moet men eten?" Met antwoord,
dat daarop ,in het algemeen , zou moeten gegeven worden,
is: als men honger heeft; maar zulks is zeer onbe-
paald, en geeft wd de driiKveer tot eten te kennen,
docii jxeenszins eei'ie vastftelling van tijd, wanneer men,
.tot bereiking van dat do.el, fpijzen behoort te nemen,
'en alzoo maaliijd te houden. Waarom, op dat ant-
woord, eene tweede vrpag moet volgen:,, Of men eenen
gercgelden tijd van eten moet houden,dan of men al-
,, ieen, ea ten allen tijde, fpijzen zal mogen gebrui-
ken,wannjcr de honger dit vereischt?" Inhetiaatrte
geval,offchooiUÏat wel geheel overeenkomdig de Natuur is,
zou er zeer veel ong'jrcirelds in de huishouding out-
Ihnn', dar nu, bij een geregelde riidsbepaling om te
eten, geheel voorgekom.'n wordt, immers zoude men
van het gebruik van toebereide fnlizen geheel verdoken
zijn; want m:n zou dezel e niet kunnen gereed han-
den. ten einde die alle uren van den dag zonden kun*
nen gegeten worden -of zij zouden niet gaar, of meest-
al \vel te gaar , èn dus, vooral ten aanzien van
vleesch en visch , geheel onfmakelijk en krachteloos
zijn.