Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
C «I }
der, en Iaat de lijmige ftof gedeeltelijk naar den bo-
dem zakken, gedeeltelijk op de oppervlakte drijven,
en deze lijmachtige ftof verzameld zijnde, is de Gest^
die in onze keukens gebruikt wordt, en volgens la-
vo is ier beftaat uit zuurftof , koolftof, waterftof
en een weinig ftikftof (*>
Wij bekomen dezelve uit de Korenbranderijen of
Jeneverftokerijen. Deze is wit, en wordt, na door
eene kunftige behandeling van alle vocht beroofd te
zijn, als een droog, ligt-graauw, zuurruikend deeg,
onder den naam van drooge Gest gebruikt, welke
voor de verzending en vooral voor de bewaring zeer
gefchikt is, dewijl zij hare koolftofzure lucht vast-
houdt, en door het ontbreken van vocht verhinderd
wordt, oin meer te gesten, en alzoo in de zure ges-
ting over te gaan,hetwelke haar voor liet huisfelijk ge-
bruik ongefcliikt zou maken. — Ook de Bierbronwe-
riien leveren eene Gest: maar deze is rood, gewoon-
lijk onbereid, en heet dan natte Gest, wordt niet zoo
goedgekeurd als de vorige, en kan alleen versch ge-
bruikt worden.
De huishoudelijke bcftemming der Gest, is vooral
■ om meel te doen gesttn of rijzen, dat men tot gebak-
ken bezigen wil. En hoezeer men de broodgesting
niet geheel en al tot de wijngesting (f) kan brengen (§),
zoo is zij echter het naaste daar aan verwande, en vor-
dert eene gelijke behandeling, dat is, (i) dat de ftof,
die men wil doen gesten, flijmfuiker bevat; hoe meer zij
die bezit, zoo beter zal de gesting gelukken: hier-
om gest het tarwemeel zoo bij uitftek goed; (2) dat
men daarbij genoegzaam vocht menge cn het tot een
kleverig beilag brenge; want geene gesting kan gefchie-
den, wanneer het beflag te nat of te droog is; (3) dat
men het plaatfe in eene genoegzame warmte van niet
minder dan 15° van reaumur of 66" van fah-
renheit, in minder warmte zal de gesting niet fla-
gen; ook doet te groote bette de koolftofzure lucht
te
C*) Lc.
Ct) De Seheidkundigen onderfcheiden de gestingen in drie
foorten; de wijngesting, de zure gesting en de rottige ges-
ting, en brengen alzoo alle gelijkende werkingea tot eene
dezer hoofdfoorten.
CS; Fourcroij, lc. IV. 221.