Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 200 )
die volkomen rijp zijn, waar van het teeken is, dat da
plaats, waar mede zij aan den boom gehecht zijn ge-
weest, buitenwaarts uitfteekt; die zacht op het aanra-
ken zijn, veel taai, kleverig merg, en vele zaden be-
vatten , gemakkelijk onder de vingers vaneen fcheiden ,
en eenen honigachtigen Imaak bezitten. De onrijpe
bevatten een melkachtig, fcherp, walgelijk vocht. Die
hard, van de Infekten doorgevreten, en donker van
kleur zijn, deugen niet Hoe ouder zij worden des
te meer werpen zij een fuikerachtig poeijer op, maar
verliezen te gelijk, en in geli'ike reden,haar zoet,wor-
den fcherp, bitter, en eindelijk rottig (♦). Dit neemt
men het meeste waar bij de SmyrnaJ'che, welke als dan
vette Vijgen genoemd worden.
De Smyrna/ehe Vijgen worden minder geacht dan
de Europefche , omdat zij door eene bijzondere han-
delwijze, Caprificatie genoemd (f) , behandeld zijnde,
eene gedwongen rijpheid, door den aangebragtcn ileek,
van zekere foort van Wespje (§) hebben verkregen, het-
gene onmogelijk die aangenaamheid aan de vrucht kan
verfchaffen, welke de natuur, wanneer zij haren eige-
nen weg bewandelt, aan dezelve mededeelt; maar ook
s.. omdat dit Wespje zijne eijeren in de Vijgen legt, zoo
kun-
C*) VoLTELEN, /'/wm. f/wv. I. 208.
Ct) Tournefourt heeft deze behandeling breedvoerig
en naauwkeurig befchreven, Czie Voyage au Levant 130 en
mem. de l^acad. des Scienc. II. 369) en dat dezelve ook eer-
tijds op Siciliën plaats had, Ipcrcn de brieven van sestini.
Zij beflaat daarin, dat men de gcllokene en met de eijeren
van het Infekt bezwangerde derde vrucht van den wilden Vij-
peboom (0/-«as) geheeten, naar den tammen Vijgeboom
(jCaprificus~) overbrenijt, opdat de vruchten van dezen laatften,
door de Wespen, welke in de eerfte worden uitgebroeid, geftoken,
en daardoor fpoedig en volkomen rijp zouden worden en tevens
den oogst der Vijgen vergrooten. Immers men verzekert, dat
een boom in den Archipel hierdoor 's jaarlijks tot tweehonderd
en tachtig ponden oplevert, terwijl in Frankrijk, waar men
dit niet beocrent. naauwelijks vijfentwintig ponden verzameld
■worden. Ook wil men, dat de Griekfche Vijgen zonder de
Caprificatie, droog, melig cn van haar honiggelijkend vocht
vcrfloken blijven.
C§) Dit viervleugeHg Infekt (door linneus onder de Gal-
w'espjes ^Cyniphes'] geteld ,en Cynips Pfefes of Cynips Ficus-Ca-
ric-iR, genoemd) is door hasselquist, Reize naar het Heilige
Land,2\^.b\. 264. breedvoerig befchreven, en door pontedera,
onder den naam van Cynips Ficus afgebeeld. Anthol. p. 3i8.
\ab. II. No. 2. Fig. 12, 13,
(