Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
' ( 176 )
r



is , om de verkregene fchadelijkheid, moet vermijd wor-
den , zal wel naauwelijks meer dan eene herinnerini;
behoeven. Diergelijk bedorven water, reeds kenbaar
aan den onaangenamen reuk, welke het rondom zich
verfpreidt, geeit de groote hoeveelheid bedorvene lucht
te kennen, welke het ontwikkelt en uitvvafemt, en is
te dikwijls oorzaak geweest van hevige, fcherpe en
befmettelijke ziekten, welke de menfchen, die binnen
derzelver omtrek of nabijheid wonen , aandoen
Bijaldien echter eene droevige noodzakelijkheid oorzaak
ware, dat men genoodzaakt was zich van ftinkend
water te moeten bedienen, zal de bijmenging van azijn
of zwavelzuur, maar vooral de doorzijging van kolen-
poeder , door welk laatlte de ontbrekende kolenftof-
lucht in het water herfteld wordt, van zeer veel nut
bevonden worden.
Hoe zeer het zuivere koude water de beste drank
is, moet het echter ten allen tijde met omzigtigheid
en matigheid gebruikt worden , maar vooral in het
warme jaargetij en na zware verhitting. Een Smit,
oud dertig jaren, bekwam, nadat hij, bezweet zijnde-,
veel koud water had gedronken, eene tering, welke
hem een fukkelend leyen en eenen zekeren dood voor-
fpelde Ct); en Dr. van der leeuw teekent aan,
dat vijf Soldaten, in den Zomer van 1787, na fterk
gegaan te hebben, fchielijk koud water uit een rivier-
tje hadden gedronken, en dat drie daar van door het
zijdewee , en twee door eene longontfteking werden
aangetast C§). Het denkbeeld als of het hierom beter
ware warme waterige dranken , als koffij, thee, enz.
te drinken, zou even zoo ftrijdig met dc natunr, als
fchadelijk voor de gezondheid zijn: want deze dranken
(over dewelke wij zoo dadelijk zullen handelen) door
de weelde uitgevonden , deelen eene algemeene ver-
(lapping aan ons dierlijk geftel mede , en zijn als
vruchtbare oorzaken van een menigte zenuwachtige on-
gemakken aan te merken. Het veelvuldig Theedrinken
(opdat wij dit hier als bij voorraad aanmerken)
heeft, bij voorbeeld, volgens freind, aan eene
"vrouw hare ftonden ontroofd, en eene Pisvloed veroor-
zaakt.
C*) Zie p rin g l e, LegerzAektem, I. pag. 3. fq.
Ct) Fran ck, Atta Infiit. Ainici Vilnem. A'. 2. p» ra. Ö2.
CS) Hand. van Servand. Civib. Xlll. i. 25.