Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
' ( 170 )

tuïging van het te vrezen nadeel gegrond, en zelfs, niet-
'tegenltaande het bijzonder belang, dat het koningrijk
Zwtaden bij het begunstigen van het koper heeft,door
deszelfs Kosing goedgekeurd, aangenomen, en bij het
leger en de vloot is ingevoerd. De blikken en ijze«
ren vaten deelen, hoezeer aan zuren of zouten bloot-
gelleld, geene nadeelige eigenfchappen, hoe ook ge-
naamd, mede; terwijl de kleiirsverandering, die zure
fpijzen in ijzeren potten of pannen toebereid , fomwijlen
aannemen , geen tegenfpraak kan opleveren; dewijl fcheid-
kundigc ervaring in het ijzer niets nudeeligs ontdekt,
en de ondervinding deszelfs oiifchadelijkheid over en
over bewezen heeft.
Lood zelve is dubbel gevaarlijk , zoo als wij dit reeds
betoogd hebben; eene enkele waarneming des aangaan-
de, zal dit genoegzaam bewijzen. Cohausen ver-
haalt, dat alle de Monniken van zeker klooster bin-
nen Trier van een hevig kulijk de Poitou aangetast
waren, ter oorzake van hqt gebruik van boter, die lan-
gen tijd in looden vaten gellaan had, daar van aange-
zet en buitengewoon zoet was geworden (♦).
Gelijke aandacht verdient het Aardenynerk, welks ge-
bruik in onze keukens niet minder aanmerkelijk is,
dan dat der metalen. Het ruwe, eigenlijk onverglaas-
de, cn het porcejein is allezins aan te bevelen en be-
vat niets nadeeligs voor den mcnsch; maar de verglaas-
de potten en pannen, en dus eigenlijk het verglafel,
waar mede de (lecht gebakkene en uit grove aarde za-
mcngeftelde vaten overdekt worden, is het punt waar
op wij thaits het oog moeten vestigen. Het beftaat
gewoonlijk uit lood, ïoodasch, goudglit of menie met
zand en zout, hetwelke door de kracht van het vuur
tot eene glasachtige flof gevormd worde. ,, Het is .
,, hier," gelijk model te regt zegt, ,,waar het lood
j, de beste gelegenheid heeft om , buiten eenig ver-
,, moeden, deszelfs rol te kunnen fpelcn , omdat het
,, zelve[in de meeste vloeifloffen, in olie, melk, vet,
,, plantzuren, ja zelfs in allerlei zouten, zich ontbindt.
,, Hierom moet men zich niet verwonderen , als
men in de huishoudkundige fchrifiïen van het be-
j, derven van melk , boter en duizend andere eetwa-
„ ren,
C*) A. N. C. vol. VIL obf. 73. Cf. GAUBit;s, Haarl.
M.i.itfch. I. 125.