Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
\
C 144 D
*
ftotend Voorkomen hebben — eene droevige groenekleuf
vertoonen, en zoo doende zelve tegen haar gebruik
waarfcluiwen; hier de blinkende kleur en fchoone ge-
daante der vrucht een uitnoodigend voorkomen hebben^
Evenwel, eenigzins gewaarlchuwd zijnde, zal men niet'
■ ligtelijlv deze voor een zwarte Aalbes aanzien , als
men den Heester, waaraan de laatfte groeit ,-jttet de
Nachtlchade vergelijkt, dat alleen eene plant is^' wei-
ker itengels één voet hoog oplchieten, of liever-Isqgs
den grond kruipen, en, daarenboven, geheel q^derr^;:; 1
Icheiden van de besfenftruik, ovaalachtige overhöelts-^i
ftaande, lang gefteelde , bijna llaphangende , bladerfeQ
draagt, welke eenen digt getanden rand en fteel, eene«^.^
bedwelmenden reuk en ftinkenden fmaak hebben , ents
welker witte ,trotsgewijze groeijende, bloemmetjes , gele
fpitfe ftofzakken in derzelver midden vormen. De Plant
is mede afgebeeld in eelhart. (♦)
7' Verder verdienen nu de Sappen en het Merg der
planten , dat van derzelver vruchten of zaden , als
voortbrengfelen van dat rijk , —' het Plantenrijk —«
eene bijzondere overweging , voor zoo verre zij tot
fpijzen verftrekken, of ons, bij'onze fpijzen, tot toe-
voegfelen dienen; en dan komt vooral, en in de eerste
plaats , in aanmerking;
i. De Suiker hoe zeer door bijna geheel het
plantenrijk aanwezig, hoofdzakelijk gewonnen wordt,
uit het Suikerriet Cf), dat in de beide Indien over-
vloedig geteeld wordt; van welk riet zij het natuurlijk
Äout uitmaakt , dat van eenen zoeten fmaak is.
Zelden komt de Suiker, ongezuiverd, en zoo als zij
tiic het riet komt, tot ons, maar Muscovade. Al-
vorens evenwel tot huisfelijk gebruik te dienen, wordt
zij in onze Vaderlandfche Suikerraffinaderijen, verder
gezuiverd , of, zoo als men dit gewoonlijk noemt ,
geraffineerd.
Hoe witter de Suiker is en hoe harder, des te be-
ter is zij, vooral wanneer zij daar bij droog, blin-
kend, bijna doorfchijnend, fmakelijk zoet, en in water
geheel oplosbaar is; dit is onze Broodfuiker ; die,
der dus genoemde Melasfebrooden geeft de beste. —
De
C*) Zie ter voren aangewezene plaats, bladz.
Ct) Saccharam officinarum L.