Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 120 )
minder beware zij daarom dit alzoo toebereide, Jn
zulk metaal, zelfs niet voor den kortflen tijd. Het na-
deel van zuring, die in een koperen ketel koud gewor-
den was, heeft eene dure ondervinding geboden voor
te komen. DeSpaanfcbe zuring wordt het meeste geacht.
5. De Asperfien worden door velen voor eene groote
lekkernij gehoaiden, en verfieren dikwijls, gedurende
den voorzomer, de tafels der gegoede lieden , verre
echter, dat zij daarom voor eene voedfame fpijze zoude
behooren te worden aangezien. Integendeel bevatten
zij weinig voedfel, zijn van eene verfchillende groote
en dikte, wit, roodachtig van kleur, en hebben eene
foort van gefchubd kopje, dat de als het ware nog op-
gerolde bladeren van de plant bevat, die zich ,bij voort-
groeijing, benevens het bloei en vruchtbeginfel, ont-
wikkelen. Dit kopje en het daar aan volgende merg der
fpruit, heeft eenen zeer zachten fmaak, en werkt op
de waterwegen , derwijze, dat zij zelf de Pis doen
flinken kort na haar gebruik. Bergius kende eene
vrouw , die na het eten van Asperfien , meestal
bloed waterde. (♦) En van swieten merkt, aan,
dat het ruim gebruik van deze fpijze de aanvallen van
het podagra verfnelt. (f) Aan dezulken, die aan onge-
makken der waterwegen of het voeteuvel onderhevig
zijn, moeten dus geene Asperfien voorgediend worden.
6. De Toppen van de //o/, offehoon met de Asperfien
veel overeenkomende, maar fterker van fmaak zijnde,
worden in ons land te weinig gegeten, om breeder daar
van te gewagen. Men kan op haar het zelfde, dat
van de Asperfien zoo even gezegd is , toepasfen.
7. De Kool verdient wel bijzonder de oplettendheid der
zorgvuldige Huismoeder, als eene fpijze, die van de
gewone bladgroenten eenigzins afwijkt, zeer veel
gegeten wordt , en nog al moeijelijk te verteren is:
want offehoon zij, als groente befchouwd, eene roe»
rende fpijze is, die vrij wat fuikerftof bezit, zoo als
uit het gisten van dezelve tot zuurkool blijkt, is zij
tevens zeer windrig,en met een zekeren flank zeer tot
rotting geneigd. Zoodat het genoegzaam zeker is,dat
hare vertering eene flerke maag en eene werkzame le-
venswijze vereischt, en dit all?s is even waar, zoowel
va«
C*) Le.
Ct) Comm. IV. 30a.