Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
c Ii8 "
f
/
gelijken, gering zijn , en in jonge planten overgaan.
Pe kleur van binnen is geelachtig wit; het gedeelte,
dat aan de lucht is blootgeileld, wordt, gelijk dat der
gele penen en knollen, groen; van onderen is de wor-
tel gemeenlijk aangelloken, door het at'llerven van den
moederwortel, die in het najaar verrot. Hierom verr
ändert de wortel des winters, ajs losgeraakt door deze
verrotting, dikwijls van plaats, daar dezelve des zo-
mers met veelvuldige haarwortelen in den modder zich
vasthqudt. Van binnen is de kleur wit, gelijkvor-
mig van zelfftandigheid en vleeschachtig. De reuk is als
die van een 'witte peen, doch walgachtig, en de fmaak
zoet, zonder het minste bitter. Zij is derhalve, ge-
Jijk de ondervinding zeer dikwils geleerd heeft, zeer
aanlokkelijk en aangenaam, maar tevens dodelijk.
Midden uit de kruin, zoowel van den grooten wor-
tel , als van den kleinen aanhangenden knobbel, fpruitcn
in het voorjaar wortelbladen, die met lange, ronde,
holle fielen voorzien, in de rondte , met haar uitge-
breid vlies , de eene over de andere zitten. De Hen-
gel wast twee of drie voeten hoog, tusfchen deze blade-
ren midden uit den kruin; zij is van onderen glad,
blinkend groen, zeer broos en hol van binnen, hier
en daar met leden en knopen , waar aan de bladeren
zitten, die den fleng van onderen met een uitgebreid
vlies omvatten. De bladeren zijn langwerpig, puntig
en getand, cn hier door alleen te onderfcheiden van
alle dergelijke gewasfen, De fteng geeft vervolgens
hare takken , en deze eindigen in kronen, welker bloe-
men wit zijn; deze beftaan wederom uit kleinere kroo-
nen, waar van ieder bloempje vijf blaadjes , vijf ften-
geltjes en twee helmftijltjes heeft. De, zaden zijn lang-
werpig geftreept , en zitten twee aan twee. Zoodra
deze rijp zijn, fterft de plant, en de wortelbladen,
benevens de moedcrwortel, rotten van de op nieuws
xiitgegroeide knobbels of bijwortels af. Deze plant is
mede afgebeeld in Eelhart of de Menfchenvriend (*).
Ook verwelkt de Cicuta fpoedig in de zon , en ver-
fprejdt, tusfchen de handen gewreven, een reuk gelijk
aan muizenftank (f). De Meza verhaalt, volgens
l i n-
C*) L. c. pag. 97, en bij se pp, Artzenijge-A'asfcn, VI
Plait 510.
Ct) S TOR CK, Libellus in quo qentinußntur, enz. p. 30.