Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( io<5 )
wel, is het voor de angstig bekoinraerde Huismoeder,
dat deze plant niet bij ons in het wilde groeit. Die
derhalve Inlandfche Erwten, gebruikt, kan zich veilig
achten voor de gevaren, uit vergiftigingen door de
wilde platte Erwt ontftaan.
Cicers, Wikken en Linzen, die in ons Vaderland
»A^einig gekend, zeldzaam geteeld, en nog zeldzamer
gegeten worden, ga ik ftilzwijgeiid voorbij.
l/. Envten-peulen, Snij- en Slaa- of Princcsfe-Boon-
tjes, zijn de gewone Peulvruchten, die met, of liever
bijina geheel om, de Petd gegeten worden. De eer-
ftèn worden alleen groen in den voorzomer, de laatfte
in het meer gevorderde jaargetij gebruikt en ook tot
winter voorraad bereid. Zij aiien bevatten eene ligt
verteerbare, weinig voedende fpijze, die echter, wan-
neer zii, te weten de Snij- en Slaa-boonen, tot de win-
terbehoefte zijn bereid,de grootlte is, omdat de Peul,
die daar toe verkozen wordt, vooral van de Snijboonen,
haren vollen wasdom heeft gekregen. Zij ziin niet zao
winderig als de Erwten. De twee onderfcheidene foor-
tai van Slaa- en Snijboonen , Stam- en Stokboonen ge-
naamd, leveren geen verlchil van voedfel op, noch
maken, ten aanzien harer voedingskrachten, eenige ver-
andering. Zij moeten, tot vv ntervoorraad gefchikt zijnde,
met veel zout ingelegd zijn, zullen zij niet bederven.
Daar het fchoone van de kunst om Snij- en Slaa-
boonen in te leggen, behalve het zachte , aangename en
duurzame, mede beftaat in het fraaije van de kleur, •
zoo heeft men ginds eu elders de gewoonte inge-
voerd, om dezelve in koperen vaatwerk, of met eenigc
duiten, die wel glad gefchuurd zijn geworden, te koo-
ken, ten einde die, nadat zij behoorlijk gegist zijn, te
gebruiken. De fcherpte, die dezelve, door het zout en de
gesting verkregen heeft, ontroofr een gedeelte koper-
roest aan het vat, waar in , of aan de duiten waarme-
de , zij bereid worden , en deze vergiftige ftof deelt
dan die zoo geliefde fchilderachtige kleur, welke zoo
algemeen gezocht wordt, aan de RoOnen mede. Dat
dit eenen nadeeligen invloed op de gezondheid heb-
ben, fchrikverwekkende verfchijnfelen opwekken, en
aan den weelderigen tier des levensbooms knagen kan,
vooral wanneer zich onzindelijkheid daar mede paart,
en het koper reeds vooraf dooi: roest is aangedaan,
laat zich , zonder eenig verder betoog, gemaklcelijk be-
grij-