Boekgegevens
Titel: Natuur- en huishoudkundig handboek
Serie: Verhandelingen, uitgegeeven door de Nederlandsche Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen ;, 15: 2
Auteur: Stant, Cornelius
Uitgave: Amsterdam: C. de Vries, H. van Munster en zoon, J. van der Heij, 1814.
Maatschappij: tot Nut van 't Algemeen.
Opmerking: Bevat: Antwoord op de prijsstoffe: Een natuur- en huishoudkundig handboekje / door Cornelis Stant
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-930
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206414
Onderwerp: Geneeskunde: voeding (persoonlijke gezondheidszorg)
Trefwoord: Voedingsstoffen, Voedselveiligheid, Voedingsleer, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Natuur- en huishoudkundig handboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
( io<5 )
. 'I
of die, welke fchadeliike eigenfchappen verkregen heb-
ben , onderkend kunnen worden.
Groene, dat is ongedroogde Erwten en Boonen , dus
genoemde Doperwten en Tuin- of Boerenboonen, be.,
vatten des te meer fuikerftof, en des te minder meel;
hoe jonger zij zijn, en zij zijn daarom bijna voor een
ieder eene gezochte lekkernij. Zij bevatten daarentegen,
rijp ziinde, een zeer voedend meel. En dat hare voed-
felaard in deze meelachtige zelfltandigheid bcllaat, wel-
ke "door de bpitenfle fchil van erwt en boon omfloten
wordt, is niet alleen uit het gezegde van voren ken-
nelijk , maar iedere Huismoeder zal, door de onder-
vinding geleerd, dit geredelijk toeflemmen, wanneer zij
de meerdere voedzaamheid van de gedroogde Winter-
Erwten en Boonen vergelijkt, bij hetgene de jong ge-
plukte en ongedroogde verfchaffen , en daarbij zich
tevens herinnert, dat eene Erwtefoupe dan eerst aan den
eisch voldoet, wanneer dezelve wel gemengd is, dat
is, als de meelltof zich van eikanderen los gemaakt en
met het water, hoe meerder, zoo beter , vereenigd heeft.
Hier vinden wij dus , zoowel als in den eigen aard van
het meel,dat wit is en tusfchen de vingers kraakt
eene genoegzamö" overeenkomst met het koorn.
De kleur, die bij deze allen verfchilt (men heeft im-
mers witte , groene, vale en grauwe Erwten , witachtig-
gele en roode Boerenboonen, en witte, gele , roode, bonte
cn zwarte Snijbconen) maakt geen merkbaar onderfcheid
in de kleur van het meel noch in de voedfelfoort;
men kan die allen gevoegelijk tot een brengen, en wat
dus van eene foort waar is, geldt van allen in het ge-
meen en van ieder in het bijzonder.
Men heeft uit Erwtenmeel brood gebakken, dat op
het eerste gezigt volmaakt goed was, veel naar roggen-
brood geleek, maar zwaarder was, zeer wel fmaakre,
doch niet lang kon bewaard blijven.
Gedroogde Erwten en Boonen, vooral onder de zoo-
genoemde Tuin- of Boerenboonen, de Paarden- en Dui-
Wnboonen, en de witte en gekleurde Boonen van de
Roomfche- of Turkfcheboonen, leveren een zeer zwaar
te verteren voedfel,dat daarom niet alleen (lerke magen
vereischt,maar ook,methooge wijsheid, voor den win-
ter is gefchikt, wanneer de konde de fpiervezels fpant
en de veerkracht van het dierlijk ligchaam verhoogt:
immers wanneer met derzelver gebruik geen infpanning
van
O Bekgius, 1. c. I. 643,