Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
DI S A L E T R E K E L. 83
Buftig i en het vak, waar in hy zyne kunst wel het
meeste toont, is dat van verkleeding. liy zit nog ge-
heel gemst, op zyne gewone plaats, tegen over den
fpiegel, en belonkt zich zeiven, als hy eensklaps
opfpringt, met eene ligte buiging alfcheid neemt
en de deur uit huppelt. Welhaast gaat de deur we-
derom open , en eene onbekende dame treedt binnen.
Alles ziet haar vol verbaasdheid aan. De vrouw van
den huize gaat haar te gemoet, en herkent haar kleed,
dat de vreemde dame aan heeft. Kortom, als men al-
les by het licht befchouwt, is het onze heer lalet-
jonker, die deze klucht gefpeeld heeft, en zich nu,
onder luide toejuiching van zich zeiven, öj gedurige
vragen, of hy geen hupsch meisje zou gewordenz\)ii,
wederom ontkleedt. Zoo loopt hy ook dikwyls uit
een gezelfchap weg, en komt, als bediende, als
kok , ja zelfs als bedelaar verkleed, wederom te rug.
Geem laat hy zich als poetfen-maker gebruiken.
En hy neemt het niet ligt kwalyk, wanneer men hera
voor den gek houdt. Doet men zulks wat fyntjes,
dan wordt de gelukkige ziel het vast niet eens ont-,
waar. Vooral mogen vi'ouwen hem, op allerlei wyze,
plagen. Ja , hy vindt zich hierdoor zelfs zeer ge-
ftreeld , dev\^i het, zoo als reeds gezegd, als dan
fchynt, dat hy heel naauw met haar bekend is ; en
zyne begeerte, om dit te fchjmen, is zyn grootfte
zwak. Hy bezigt, ten dien einde, meenigerlei, en
dikwyls niet zeer edele, middelen. Hy zwetst veel ■
van de gimst, waarin hy by deze en gene ftaat. Hy
vei-vaardigt, op den naam van fommige dames zyner
plaats , brieven aan zich zeiven, draagt dezelven in
den zak, en laat die cmgemerkt op den grond val-
len , zoo dat zy, door anderen, moeten worden
gevonden.
• Het zelfde zwak heeft hy ook voor voorname en
beroemde mannen. Hy dringt zich by hen in, gaat:
openlyk op de Itraat-c^ hen bs^ - en geeft hen de.
F a hand.