Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE S A L E T R E K E L. Hl
als men verder op zyne bedryven let. — Ge-
meenlyk verfchynt hy in een gezelfchap , waartoe hy
genoodigd wordt, vry laat , op dat hy gelegenheid
hebben moge, om zich met bezoeken , die hy voor-
af nog by dezen ot genen aanzienlyken man, by de-
ze of gene fchoone dame, afleggen meest, te ver-
ontfchiildigen. Hy weet zelf niet, wat men aan hem
vindt; maar het kost hem veel overleg , om aan al-
le uitnoodigingen te kunnen voldoen. Als hy nu, in
dezer voege, aan de vrouw des huizes zyn kompli-
ment gemaakt, en het zelve met eenige vleijery, zoo
als dat hy, om het geluk van haar byzyn te genie-
ten , vele andere uitnoodigingen aflloeg , enz. onder-
Iteund heeft, mengt hy zich onder de overige gas-
ten. Vooral huppelt en zweeft hy geem om de dames
henen. Met het man\'oIk laat hy zich niet geem in ,
wanneer het geen zoodanige faletrekels zyn, als hy.
Met dezen weet hy intusfchen geheele dagen te bab-
belen. Zy verhalen elkander hunne heldendaden, hun-
ne gelukte en afgefprongene llreken , en bewonderen,
over en weder, elkanders geestigheid en fcherpzin-
nigheid ; maar voor eiken verftandigen is zulk een
onderhoud het zotflie, lafïle , en vervelendlle geklap,
dat men zich ve. beelden kan. Want onze held fpreekt
wel over alles , waar over men fpreken kan , maar
zonder dat hy van eenige zaak , die niet tot het vak
der mode behooit, een ordelyk begrip heeft. Al waar-
om men zich gemaklyk voorfteUen kan, van welken
aard zyne gefprekken wezen moeten. '
Hy trippelt van de eene dame naar de andere, buigt
zich by deze vooro\'er, om haar een ellendig ge-
Tieim , dat al de wereld zou mogen hooren, ih het
oor te fluisteren , en plaatst zich , regt over einde ,
voor eene andere , om haar, terwyl hy met zyn ho-
rologie ketting fpeelt, eene onbefchaamde vraag te
doen, die hy zich , zelfs onder vier oogen, niet
zou moeten veroorlooven. Krygt hy dan eens een flag
F met